21 november 2005

Demotie.

“De oudere werknemer wordt tegenwoordig niet alleen door dementie bedreigd, maar eerder nog door demotie. Het zorgvuldig opgebouwde inkomen en de bijbehorende extra vrije tijd in de vorm van 'ouwelullendagen' worden nog voor het bereiken van de 65 jaar afgebouwd. Het bedrijfsleven smacht immers naar jong en kneedbaar, zoals we vorige week ook in een paginabrede kop konden lezen.”

Voorgaand citaat komt uit de Volkskrant van 1997.
Een mooi eufemisme is dit: demotie, een begrip dat we ontleend hebben aan het Engels (demotion). Het is het tegenovergestelde van promotie: het terugtreden naar een lager gekwalificeerde functie met een lager salaris. Het wordt gezegd van oudere werknemers die niet meer voldoende presteren of wegens gezond­heidsredenen minder stresserend werk moeten verrichten. Demotie staat dus gelijk aan een stapje terug of degradatie, een pijnlijke term. Of dit al dan niet vrijwillig gebeurt, blijft vaak in het midden. Er zijn bedrijfsleiders die demotie misbruiken om hun kader uit te dunnen. Het kan zich eveneens voordoen als een kaderlid op de carrièreladder gestegen is tot het niveau van zijn incompetentie. Het personeelslid kan in dat geval niet langer voldoen aan de steeds hogere arbeidseisen. Werkgevers kunnen demotie ook gebruiken om de loonkosten te drukken (die van oudere kaderleden zijn immers erg hoog).
Uiteraard komt niemand er graag voor uit dat hij zijn werk niet meer aankan. Een vreemd woord als demotie kan daarom mogelijk de pijn wat verzachten.
Van Dale neemt het woord al op in zijn elfde druk (1984). Politici zien demotie als het tovermiddel om ouderen langer in het arbeidsproces te houden. De voormalige minister van onderwijs, Jo Ritzen, maakte de term midden jaren negentig van vorige eeuw populair.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten