18 november 2009

Cool, paps!


Wie graag naar blues of jazz luistert, een voorliefde heeft voor film noirs en verder regelmatig pulpromannetjes leest, zal dit boek verslinden. Het bevat meer dan duizend woorden en uitdrukkingen, gebruikt ten tijde van de beatgeneratie. Voor de cultuurbarbaren en de jongere snaken citeer ik toch maar even Van Dale: “een groep jongeren in de VS van de jaren ‘50 van de twintigste eeuw die zich verzette tegen de burgerlijke moraal en door een verhoogde levensintensiteit (d.m.v. seks, drugs, jazz e.d.) tot kennis van de metafysische werkelijkheid probeerde te komen.”
Onderwerpen zoals seks, drank, drugs en muziek komen dan ook ruim aan bod. De auteur behandelt het taalgebruik van Engelssprekende jongeren (de hipsters, moochers, weedheads, bandrats, snowbirds enz.) tijdens de eerste helft van de vorige eeuw. De titel van het boek zou je naar de hedendaagse tienertaal kunnen vertalen met ‘gaaf, cool, vet’. Het gaat hier om een herziene uitgave (de eerste editie verscheen in pocketformaat in 2000 en viel nauwelijks op).
Deze tweede editie is in ieder geval prachtig geïllustreerd (met o.a. covers van pulpboeken en films uit de bewuste periode). Je zou het bijna een koffietafelboek noemen maar het is vooral een handig naslagwerk. Bij de meeste lemma’s vind je voorbeelden uit literatuur of liedjesteksten. Auteur, Max Décharné, heeft zijn huiswerk goed gedaan maar dit boek lezen voelt nergens aan als een straf. Een absolute aanrader voor wie blijven hangen is in de sixties.
Max Décharné: Straight from the fridge, dad. A dictionary of hipster slang. No exit press. ISBN 978-1-84243-288-4

15 november 2009

Huisje-boompje-beestje.

Tegenwoordig is huisje-boompje-beestje een cliché voor een kalm en ongestoord leventje.
Meestal wordt het gebruikt voor mensen die vasthouden aan de dagelijkse rituelen en zich op een voorspelbare wijze gedragen. Misschien is de uitdrukking ontleend aan het machinistenjargon. Daarin betekent huisje-boompje-beestje rijden eigenlijk ‘op zicht rijden’. Hierbij moet men zich oriënteren op de omgeving, waarbij men kijkt naar elementaire zaken als huizen, bomen en beesten.
In het boek Fokker G-1: de dubbelstaarts-jachtkruiser die een legende werd, uit 1981, wordt huisje-boompje-beestje echter met een ander jargon in verband gebracht. Volgens de auteur, Hugo Hooftman, maakte de Nederlandse luchtmacht in de oorlogsdagen van mei 1940 op grote schaal gebruik van de Hu-Bo-Bé-techniek, het ‘huisje-boompje-beestje vliegen’. Dit hield in dat er rakelings over de grond werd gevlogen zodat bij wijze van spreken voor ieder huisje, ieder boompje en ieder beestje moest worden opgetrokken. Op die manier kon de vijand de toestellen moeilijk waarnemen.

10 november 2009

Milfs.

Je bent jong en je wilt wat! Een appetijtelijke oudere vrouw bijvoorbeeld.
Vergeet die populaire zegswijze over de oude bok en het groene blaadje. Tegenwoordig zijn de rollen omgedraaid. Anno 2009 willen gezonde jonge kerels maar al te graag het boek der schepping doornemen met een wat oudere en dus rijpere vrouw.
Vanuit Amerika komt het begrip ‘Milf’ overgewaaid. Voor wie nog niet is ingewijd: ‘Milf’ is een Engels acroniem voor: ‘mother I’d like to fuck’, vrij vertaald: een rijpere, seksueel aantrekkelijke vrouw (met alle lichamelijke kenmerken, dus ook euvels).
Ik weet het uit goed ingelichte bron, beste lezers: op pornosites zouden tienermeisjes en ‘college girls’ uit de categorie ‘barely legal’ reeds in populariteit voorbijgestreefd zijn door de ‘milfs’. Kranige besjes die ‘milfs’.
Het woord werd in 1995 voor het eerst opgetekend in het Amerikaanse blad Playboy maar kreeg vooral bekendheid dankzij de cult tienerfilm ‘American Pie’ (1999). Volgens de Oxford English Dictionary bestaat er een Amerikaanse band Milf, opgericht in 1991. De woordvoerders van die band verklaarden in de pers dat zij hun naam destijds ontleenden aan dit acroniem. Tot op heden werden echter geen bewijzen gevonden dat ‘milf’ voor 1995 werd gebruikt in hogergenoemde betekenis.
Bekende voorbeelden van ‘milfs’ zijn Demi Moore en Jade Jagger. Milf heeft een pornografische bijklank. Het woord wordt vooral gebruikt door jeugdige macho’s tijdens informele gesprekken of chatsessies. In de homogemeenschap komt de tegenhanger ‘DILF’ voor. De ‘d’ staat hier voor ‘daddy’. Je hebt ook nog de ‘gilf’: granny I like to fuck. Vuurwerk verzekerd!

08 november 2009

Fokkie en het zwarte goud.

Neen, dit is niet de titel van één of ander stripverhaal. Vandaag gaan we het hebben over koffie. Jaren geleden, toen het leven nog simpel was, hadden we het over een ‘bakkie troost’ (leut, slobber en noem maar op). Ja, zelfs de weinig politiek correcte term ‘negerzweet’ hoorde je wel eens. Die tijd is lang voorbij. Zucht….
Tegenwoordig zeggen mensen (lees: Belgen) die nog niet goed wakker zijn en moeilijk uit hun woorden kunnen komen vooral ‘fokkie’ i.p.v. koffie. Dat hebben we allemaal te danken aan reclamebureau
Duval Guillaume dat achter de laatste campagne van Douwe Egberts zit.
Die wil ons doen geloven dat Belgen oelewappers zijn. Ze haspelen medeklinkers door elkaar wanneer ze ’s morgens opstaan en naar hun dagelijkse portie ‘zwart goud’ verlangen.
Het woord ‘koffie’ krijgen ze niet over de lippen, wel ‘fokkie’. Tetteret, wat een geniale vondst! De reclamecampagne werd bedacht in 2005. Inmiddels heeft bijna iedereen de radiospots wel gehoord, vermoed ik. Die eindigt uiteraard met de slogan: 'Je bent er 's morgens pas helemaal bij na een kopje Douwe Egberts.'

Onlangs dook het woord ‘fokkie’ zelfs op in de Vlaamse telenovelle ‘LouisLouise’ (zonder dat iemand van Douwe Egberts daarom gevraagd had, als we de makers mogen geloven). En als het zo verder gaat mag de bedenker van de succesvolle slogan zijn scheet binnenkort verzilveren. ‘Fokkie’ werd nu ook opgenomen in het jaarboek 2010 van Van Dale, het voorportaal van het echte woordenboek zeg maar. Douwe Egberts wil hiermee naar de hoofdprijs gaan, dat is duidelijk. Ze hebben dan ook kosten noch moeite gespaard.
Een internetpetitie om het woord in de grote Van Dale te krijgen heeft 8.000 handtekeningen opgeleverd. Op de sociale netwerksite Facebook konden zelfs meer dan 10.000 fans opgetrommeld worden. Uiteindelijk is hun actie gelukt (althans voor een deel). Indien ‘fokkie’ een paar jaar op rij in het Jaarboek taal komt te staan, wordt het ook opgenomen in de dikke Van Dale, ongetwijfeld de natte droom van iedere reclamemaker.
Herinneren we ons de uitdrukking ‘derde oksel’, een eufemisme voor een bepaald vrouwelijk onderdeel. Ze werd in de jaren zeventig bedacht door copywriter Jan van Lieshout, destijds werkzaam bij het reclamebureau Trend. ‘Derde oksel’ dook vooral op in advertenties over intiemspray (oorspronkelijk voor de vaginale deodorant Bidex). Ik stel vast dat Van Dale het woord inmiddels geschrapt heeft, ondanks het feit dat je het eufemisme nog geregeld tegenkomt. Onlangs nog in een recente roman van P.F. Thomése.
Iedere scheet is natuurlijk goud waard maar aan ‘fokkie’ zal ik moeilijk kunnen wennen. Fokkie. Hoe verzinnen ze het? Ik word er niet warm of koud van. Van al te enthousiaste reclamemakers, verlos ons Heer!