28 december 2009

De beste taalboeken van 2009.


2009 zit er bijna op en we kunnen gerust stellen dat het een Grand Cru-jaar was, althans wat taalboeken betreft. We kunnen jammer genoeg niet alles aan bod laten komen.
The Routledge ‘Dictionary of Modern American Slang and unconventional English’ van Tom Dalzell spant evenwel de kroon. Dit lijvige boekwerk is gewoon een feest. Het telt maar liefst 25.000 ingangen, aangevuld met citaten uit literatuur, kranten, liedjesteksten, films, televisieshows, internet, noem maar op. Naast een woordverklaring vind je er etymologie, culturele context, land van herkomst en de datum waarop het woord voor het eerst werd gebruikt. Informatief en amusant tegelijk. Wie wil weten wat een ‘Boston marriage’ is of waar de ‘Brazilian landing strip’ vandaan komt, schaft zich best deze klepper aan. Je hoeft niet langer bang te zijn dat je het slang van The Soprano’s niet meer kunt volgen.
Ter lering ende vermaak is er ook nog de achttiende editie van ‘Brewer’s Dictionary of Phrase & Fable’, een klassieker die om de zoveel jaar weer eens bijgewerkt wordt. Dit naslagwerk is al een paar eeuwen (de eerste uitgave verscheen in 1895) de inspiratiebron van veel lezers, schrijvers en denkers. Je kunt er steeds opnieuw in grasduinen en telkens iets nieuws ontdekken. Brewer belicht zaken zoals taal, cultuur, mythe en legende. Nieuwe onderwerpen zijn o.a. ‘Blu-ray, botnet, Brazilian wax, Deep Web, glass ceiling, Google, iPod, metrosexual, MP3, the new woman, Podcast’. Voor het eerst is er ook een ‘Brewer’s Dictionary of London Phrase & Fable’. Zo’n 2000 woorden en uitdrukkingen die te maken hebben met Londen komen hier aan bod, het ene onderwerp al wat uitgebreider dan het andere: Cockney Rhyming Slang; bijnamen van bekende plaatsen en personen; romans en populaire Britse televisieseries (zoals EastEnders) die zich in Londen afspelen enz. De nieuwste uitgaven van Brewer zijn nog prachtig verzorgd ook. Je moet er flink voor dokken maar ze zijn de prijs meer dan waard.
Voor wie er pap van lust is er nog ‘Lost English’ van Chris Roberts. Zoals de titel laat vermoeden, is dit een soort vergeetwoordenboek. De auteur behandelt uitgebreid talrijke Engelse woorden en uitdrukkingen die verloren dreigen te gaan. De Britse jeugd kent ze niet meer, helaas pindakaas. Een paar krenten uit de koek: Ban the bomb; bobby-soxer; donkey jacket; Heath Robinson; nit nurse; UB40. Het boek telt slechts 172 pagina’s maar is erg onderhoudend voor wie van de Engelse taal houdt.
‘Pimp your vocab’ (met als ondertitel: A terrifying dictionary for adults: words kids don’t want you to know) van een zekere Lucy Tobin lijkt op het eerste zicht een hap-snap-klaarboekje. Wilt u echter op de hoogte blijven van recent Amerikaans jongerenslang dan is dit wat u nodig hebt. Met voorbeelden uit dagelijkse conversaties.
Jeugdtaal, vooral dan Duitse, komt eveneens aan bod bij Duden. ‘Das Wörterbuch der Szenesprachen’ is een musthave voor wie de laatste trends op gebied van muziek, internet, uitgaansleven, media enz. volgt. Voor meer hierover verwijs ik naar mijn blog van 20 augustus.

In 2009 vonden we ook een paar interessante Franse woordenboeken. Bijvoorbeeld: ‘La parlotte de Marianne. 1000 mots d’argots politique’ van Bruno Fuligni. Je moet wel een beetje thuis zijn in het Franse politieke wereldje. Het boekje is aardig up to date getuige o.a. neologismen zoals ‘voyoucratie’ (gemunt door Nicolas Sarkozy) en ‘Starkozysme’. Ook de ‘idiot utile’ (nuttige idioot) werd opgenomen. Een handig zakwoordenboekje is ‘Insultes, gros mots et injures’, op dit blog besproken op 7 september. Ik ga er dus niet verder op in.
Het Nederlandse taalgebied werd dit jaar eveneens verwend. Boeken over taalergernissen verschijnen bij regelmaat maar het grappigste is ongetwijfeld ‘Taal is zeg maar echt mijn ding’ van cabaretière en columniste Paulien Cornelisse. Zij slaagt erin allerlei modekreten, slordige uitspraken e.d. vakkundig te fileren, vaak tongue in cheek. Het boekje leest buitengewoon prettig en nodigt bovendien uit tot herlezen. Een tien met een griffel dus voor mevrouw Cornelisse!
Van Dale bracht in 2009 heel wat nieuwe kwalitatieve producten op de markt. Uitschieters zijn het ‘Modern uitroepenwoordenboek’ van Ton den Boon (hier gerecenseerd op 5 november) en het ‘Modern Bargoens woordenboek’ van Ewoud Sanders. Dit laatste telt ongeveer 700 Bargoense woorden en uitdrukkingen, waaronder een aantal hedendaagse (flipperen; omkatten; katvanger). Volledigheid werd niet nagestreefd (zo mis ik o.a. knaak, lollepot, moos, potkacheltje, riks) maar daar staat dan tegenover dat bijna alle lemma’s geïllustreerd worden met citaten uit literatuur en kranten. Bovendien krijg je bij ieder woord een bondige omschrijving, datering en etymologie. Een informatief leeswoordenboek zeg maar.
Wat zeker niet in de boekenkast mag ontbreken is ‘Het verhaal van het Nederlands’ van Nicoline van der Sijs en Roland Willemijns: over twaalf eeuwen Nederlandse taalrijkdom. 404 pagina’s telt dit naslagwerk. Vooral interessant is het feit dat ook het taalgebruik in Vlaanderen, Suriname en de Antillen uitgebreid belicht wordt. Dit boek is een waardige opvolger van ‘Het verhaal van een taal’ van dezelfde auteurs.
Als hekkensluiter willen we nog het nieuwe boek van Heidi Aalbrecht aanbevelen: ‘Waarom is een blauwe maandag blauw?’ Zij behandelt meer dan 500 spreekwoorden en uitdrukkingen. Het leuke aan dit boek is dat je heel wat kennis opsteekt over de Nederlandse (en Vlaamse) volksaard en gebruiken. En ja, de taal is gans het volk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen