01 december 2009

Zo komt Jan Splinter door de winter.

Op 28 november stond er in het Brabants Dagblad –onder de kop ‘Beleggend de winter door’- onder meer het volgende:
“2010 zal de hartkleppen van menig belegger wederom op duurzaamheid uittesten, dat lijkt haast geen voorspelling. Het herstel dat gaande is, is niet van een klassieke sterkte als dat we gewend zijn. Het herstel dat zich in 2010 met vallen en opstaan verder ontplooit, zal voelen als het fietsen op een slecht onderhouden binnenweg in Wallonië. Maar met het sturen van de portefeuille op de combinatie rotsvast en een stevig dividend komt belegger Jan Splinter vast weer gezond de winter door.” Einde citaat.

Met Jan Splinter wordt de kleine man bedoeld die maar moet zien hoe hij zich erdoorheen slaat of hoe hij rondkomt met zijn geld. Jan Splinter symboliseert de man met het laagste inkomen, die bijstand geniet en dus tot de minimumloners behoort.
De uitdrukking is al erg oud (ze werd reeds opgetekend in 1971 in het West-Friese woordenboek ‘Mooi zoid’ van Jan Pannekeet), maar PvdA-fractieleider Marcel van Dam blies haar in december 1982 nieuw leven in. Hij gewaagde van Jan Splinter toen hij het minimabeleid van de regering-Lubbers bekritiseerde. De kleine man kreeg volgens het PvdA-kamerlid veel minder dan men hem wilde doen geloven. De laagste inkomensgroepen moesten - alweer volgens Van Dam - te veel inleveren in verhouding tot de hoogste. In 1983 dook de uitdrukking ook op in een strip van Jaap Vegter: `Als je voor een dubbeltje geboren bent, word je voor een kwartje verwend! En zo moet Jan Splinter door de winter.'

1 opmerking:

  1. Dag Marc, Ken je klassieken!
    Snip en snap hadden ooit een revue en daarin hadden ze een sketch waarbij de een bij de ander een dubbeltje (mag ook een kwartje geweest zijn) wilde lenen. Na veel vijven en zessen draaide het er op uit dat degene die geld uitgeleend had nog bij moest betalen vanwege kromme redeneringen. Waarop degene die het geld uitgeleend had reageerde met "ja ja zo komt Jan Splinter door de winter".
    Maar er is meer....
    Ik ben nu bijna 50 en een kleine veertig jaar geleden hoordi ik die sketch, ik heb m intussen op LP. En in die tijd informeerde ik bij mijn Oma waar die uitdrukking vandaan kon komen. Zij vertelde dat een oom van haar man 'ome Jan' bloemenkoopman was geweest op de Albert Cuyp en dat hij, we hebben het over begin 1900, in de zomer bloemen verkocht maar in de winter geen handel had. Hij spaarde in de zomer en kwam zo een heel eind door de winter. Aan het einde van de winter moest hij altijd geld lenen. en zo is het gekomen.....

    vriendelijk groet , de , achter achter achterneef van Jan.....

    BeantwoordenVerwijderen