13 december 2009

Het ik-tijdperk.

Binnen nog geen drie weken eindigen de jaren nul, het eerste decennium van de éénentwintigste eeuw. Hoe we die jaren best typeren laat ik over aan historici. Een benaming hiervoor is wellicht nog te vroeg. Veel hangt immers af van wat voorafging maar ook van wat erna komt.
Geen decennium werd echter zo treffend getypeerd als de jaren zeventig van de voorbije eeuw: het zgn. ‘ik-tijdperk’. Het gaat om een vertaling van het Engelse ‘the me-decade’, ook wel ‘the age of me’, een uitdrukking die gelanceerd werd door de Amerikaanse auteur-journalist Tom Wolfe in het mei/ juninummer van 1973 van The Critic).
Het is de benaming voor de jaren zeventig van de twintigste eeuw, de periode waarin alles rond de eigen persoon draaide en er weinig belangstelling was voor de medemens; de `cultuur van het narcisme'. Bij ons werd de term gelanceerd door het tijdschrift de Haagse Post (erflater van het huidige HP/De Tijd) in het kerstnummer van 1979. Anja Meulenbelts bestseller ‘De schaamte voorbij’ werd hierin als kenmerkend opgevoerd. Dit boek was volgens de redactie immers het absolute egodocument: de persoonlijke groei van een vrouw, getekend als één lange worsteling. De `ik-generatie' (me-generation) wordt gevormd door yup(pie)-prototypes die de innerlijke contemplatie van de hippies uit de jaren zestig omzetten in een vergaande obsessie met zichzelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten