16 november 2005

Bordeelsluipers

Ze doken voor het eerst op halfweg de jaren vijftig van de twintigste eeuw: de suède herenschoe­nen met dikke crêpezolen. Ze waren vooral populair onder de Amsterdamse pleiners, de artistiekelingen die zich ophielden in de buurt van het Leidse plein. ‘Bordeelsluipers’ (of:-schuivers) werden ze genoemd, wellicht omdat ze geen lawaai maakten of omdat men meende dat pooiers ze vaak droegen. In Engeland, waar men van 'brothelcreepers' sprak, werden ze altijd geasso­cieerd met rock-‘n-rollmuziek. Ze werden gedragen door de Engelse nozems, de Teddy Boys.
De blue suède shoes van Elvis zouden dus best wel eens 'bordeelsluipers’ kunnen geweest zijn. In Amerika gebruikte men overigens de benaming 'brothel stompers'.

In de Nederlandse literatuur over de jaren vijftig van vorige eeuw, komen we ze veelvuldig tegen. In ‘Ik Jan Cremer.Tweede Boek (1967)’ vraagt de hoofdpersoon: "Wil je mij dollen? Met je hoerajas en je bordeelsluipers?"
Bert Jansen gebruikte het woord in zijn rock-‘n-roll-epos ‘En nog steeds vlekken in de lakens (1978)’: "Stipt op tijd stopte-ie piepend voor mijn bordeelsluipers."
In ‘De Ontgroening (1971)’van Boudewijn van Houten, een boek dat zich afspeelt in de studentenwereld, komen onze suède herenschoenen ook ter sprake: "Zijn schoenen werden bekeken en te puntig bevonden. 'Bordeelsluipers', merkt een jongen afkeurend op."
Jan Oudenaarden nam het woord op in zijn woordenlijst van het Rotterdams ‘De Terugkeer van Opoe Herfst’ (1986), maar 'bordeelsluipers' is zeker niet van Rotterdamse origine.

Opvallend is dat deze buitenmodelschoenen vaak door soldaten werden gedragen. Volgens Henk Salleveldt, de samensteller van het Woordenboek van Jan Soldaat (1978), verzette de militaire mos zich tegen het dragen van zulk schoeisel bij het uniform.
In soldatenkringen (vooral dan in Indonesië of het voormalige Nederlands-Indië) sprak men ook wel van 'flikkerschoenen', misschien omdat men dacht dat homoseksuelen of 'flikkers' ze graag droegen.
Salleveldt geeft als omschrijving: 'schoenen met gespen en andere versieringen, die officieel niet bij het uniform mochten worden gedragen' en: 'suède schoenen of schoenen met crêpezolen'.
De Britse autoriteit op het gebied van slang, Eric Partridge, bevestigt de populariteit van de 'bordeelsluipers' in legerkringen. Volgens hem werden 'creepers' (een afkorting van 'brothelcreepers') oorspronkelijk gedragen door nachtpatrouilles in de woestijn (periode 1940-‘43 toen het Britse leger ook in Noord-Afrika vertoefde). Dergelijke 'woestijnschoenen' werden gemaakt in Egypte en waren speciaal bedoeld voor gebruik in de woestijn. Ze maakten zo goed als geen geluid. Ook bij de Navy zouden deze schoenen met dikke rubberen zolen in trek ge­weest zijn want Fré Harmsen neemt het woord op in zijn verzameling van termen en uitdrukkingen bij de Koninklijke Marine: Van baroe tot branie (1991).

Ten tijde van de film ‘Rebel without a Cause’ (in Nederland onder de titel 'Botsende Jeugd’), verhieven de literair-intellectuele rebellen van het Leidse Plein (waarvan Simon Vinkenoog één der belangrijkste adepten was) de 'bordeelsluipers' tot hun handelsmerk.
Deze Amsterdamse jongeren waren de Nederlandse tegenhangers van de Londense en Amerikaanse beatniks en van de Franse existentialisten. Ze droegen naast het genoemde schoeisel ook nog zwarte coltruien en ze voerden eindeloze discussies over Kerouac en Camus. Pleiners werden ze genoemd. Ze waren in de oorlog geboren en hadden vaak spillebenen door de hongerwinter. (Bert Hiddema; Scheuren in het asfalt. 1985). Hun liefjes droegen zgn. queenies: pumps met lage, maar scherp toelopende hakken.
Tegenover de artistieke 'pleiners' stonden de veel ruwere 'dijkers' die zich bevonden in de omgeving van de Amsterdamse Nieuwedijk.
Deze jongeren hadden hun haar strak achterovergekamd (pleiners hadden een Cesarkapsel) en droegen geen 'bordeelsluipers' maar lederen puntschoenen. Terwijl Vinkenoog model stond voor de doorsnee 'pleiner' kon Jan Cremer doorgaan voor de uit het proletariaat voortkomende 'dijker'.
Het waren de 'pleiners' die zich verzetten tegen de maatschappij, haar burgerlijkheid (hun vertegenwoordigers stamden dan ook uit de voormalige burgerstand) en de heersende geldjacht. De 'dijkers', dat waren veeleer de nozems van Jan Vrijman.
Harry Mulisch schetst in zijn boek ‘Bericht aan de rattenkoning’ (uit 1966) het verschil tussen beide jeugdgroepen:

"De dijkers stamden uit het voormalige proletariaat, droegen kunstleer en hielden het op 'rock'; de pleiners stamden uit de voormalige burgerstand, droegen echt leer en hielden het op ‘jazz’. De pleiners rookten wel eens een marihuanasigaretje en lazen de moderne literatuur; de dijkers rookten zware shag en zaten in de bioscoop. Als zij uit de bioscoop kwamen, knetterden zij naar de Dam. Dat leidde tot hun happenings-of in het spraakgebruik der ouderen: tot aanhoudende,omvangrijke ordeverstoringen, waar de politie door personeelsgebrek geen eind aan wist te maken."

Groot-Brittannië kende een zelfde soort subcultuur in de vroege jaren zestig: die van de 'mods' en de 'rockers'.
Wie er in die periode als Nederlander 'blits' wou uitzien, moest volgen de Haagse Post van 15/7/1989 (een speciaal nummer over deze periode) naar Amsterdam, want daar kon je van die zwarte 'opabroeken met een krijtstreepje' kopen en 'suède bordeelsluipers van Clark'.

Bordeelsluipers noemde men destijds ook wel schertsend 'fluimsluipers', tenminste indien we Rinus Ferdinandusse mogen geloven. Uit zijn cursiefjesbundel ‘Stukjes in de kraag’ (1965) volgend citaat: "Wat een etter, die verkoper. Heb je gezien dat hij van die zachte fluimslui­pers droeg?"

Schoenen met dikke crêpezolen worden in de Duitse volkstaal ‘Salonschleicher’ of ‘Salonschlorchers’ genoemd vanwege het 'schlorchen', het sloffend gaan. Een Franse benaming bestaat er bij mijn weten niet.

De bordeelsluipers zijn nog lang niet rijp voor het folkloremuseum. Aan het eind van de twintigste eeuw werden ze terug populair onder rock-‘n-rollfans. Beleven ze ook in de éénentwintigste eeuw een revival?



1 opmerking:

  1. Bij gebrek aan andere reactiemogelijkheid, dan maar volgens 't principe: 't 1e 't beste reactieding vullen dat ik tegenkom.
    Ik ben zo vrij geweest op about:blank.nl u een vakidioot & een achterlijke gladiool te noemen, geheel citerend uit uw eigen stukken tekst, in de hoop dat u me dit niet euvel duidt.
    Ja ja, ik ben me een schobbejak, nou nou.

    BeantwoordenVerwijderen