05 februari 2009

Het ironieteken.

Veel lezers hebben het vaak niet door wanneer iemand iets op een ironische manier schrijft. Begin twintigste eeuw verbood de hoofdredacteur van een Nederlandse krant zijn redacteurs nog om ironie in hun teksten te stoppen, tenminste zolang er geen ironieteken bestond. De lezers zouden toch maar letterlijk nemen wat er stond. Ironie was destijds nog niet zo courant aanwezig. Oudere lezers hadden volgens hem het recht om te weten of ze al dan niet voor de gek werden gehouden.

Twee eeuwen eerder beklaagde schrijver Justus van Effen zich al over de domme reacties die hij soms kreeg op zijn artikelen in de Hollandsche Spectator . Hij was wellicht de eerste die het gebruik van een ironieteken bepleitte, een soort typografische waarschuwing aan de lezers: let op, hier wordt (werdt) ironie gebruikt.
Toch wordt de Fransman Marcel Bernardt (alias Alcanter de Brahm) vaak uitgeroepen als uitvinder van het speciale leesteken. In l'Ostensoir des ironies (1899) zou hij volgens sommigen hiervoor een omgekeerd vraagteken geïntroduceerd hebben. Veel succes heeft het typografisch teken tot nu toe niet gekend. Zo nu en dan rakelt de discussie weer op.
Naar analogie van een vraag- en een uitroepteken zou ook een ironieteken bestaansrecht moeten hebben. Van Dale heeft het woord inmiddels opgenomen in de laatste editie van het ‘Groot woordenboek hedendaags Nederlands’. De definitie hier luidt: ‘symbool in de vorm van een zigzaggend uitroepteken om in een tekst aan te geven dat iets ironisch bedoeld wordt.’ Slechte verstaanders zijn het, mensen die een ironieteken nodig hebben.

1 opmerking:

  1. Volgens mij was dat ironieteken er al een tijdje ;-). En is dat meteen ook de reden waarom een nieuw ironieteken niet gaat werken. (^o^)

    BeantwoordenVerwijderen