09 april 2006

Zappers, zippers en kanaalzwemmers.

De Amerikaanse auteur Philip Francis Nowlan is niet alleen de geestelijke vader van de stripheld Buck Rogers - naar een roman van zijn hand gete­kend door Dick Calkins - hij was ook de bedenker van het woord zap. Toen het stripverhaal in 1929 van start ging, zocht Nowlan een woord dat het geluid kon simuleren van het laserpistool, waarvan zijn hoofdrol­speler gebruik diende te maken. Zap - vrij vertaald zoiets als wam - vond hij erg goed klinken. Vrij vlug maakte het woord ook opgang in andere Amerikaanse science fictionstrips, zoals bijvoorbeeld Captain Marvel, en in spionageverhalen uit die tijd. Tijdens de Vietnamoorlog werd deze onomatopee door de soldaten overgenomen als een werkwoord in de zin van doden of vernietigen met een uitbarsting van geschutvuur, vlam­men of elektrische stroom. Journalisten zorgden voor een verdere ver­breiding van deze term. Een beroemd geworden artikel van de Sunday Times uit 1966 ging onder de kop "The general goes zapping Charlie Cong" (Charlie Cong was een slangbenaming voor de Vietcong-guerrilla). Het werkwoord to zap, in de betekenis van doden, schieten, raken, werd daarna spoedig populair in kindertaal. Zo kon je een kind dat met zijn hand een pistool maakt, horen zeggen: "Zap, je bent dood!". In die zin betekent het ook 'doen alsof (men iemand dood wil schieten)'. Eind jaren zestig van vorige eeuw raakte het werkwoord ook ingeburgerd in sportkringen. Het kreeg toen de betekenis van ‘verslaan, de baas worden’. Al naar gelang van de context kon het ook betekenen iemand verbaal aanvallen (in het homojargon van de jaren zeventig bijvoorbeeld: een bepaalde organisatie bestoken met vragen, lastig vallen, politieke actie voeren), een diepe indruk op iemand maken, snel bewegen, zoeven, vliegen, racen. In de medische terminologie wordt het gebruikt in de zin van elektroshocks toedienen (als vorm van therapie). Parachutespringers kennen het in de betekenis van meer dan vijf meter van het doel landen en bijgevolg falen in een wedstrijd.
Zap als zelfstandig naamwoord voor een slag en minder frequent voor ruzie, onenigheid, duikt op rond 1969 en ontwikkelt zich verder tot energie, pit, pep. Zo heeft men het over "the zap of the language" en leest men wel eens "hè lost some of his old zap". Zappy, als variant van zippy, komt in dezelfde periode in zwang. Het betekent energiek, pittig, levendig. Rond 1980 krijgt 'to zap' pas de beteke­nis die wij aan zappen hechten: met behulp van de afstandsbediening de reclameboodschappen op t.v. omzeilen en voortdurend overschakelen naar een ander televisiekanaal. (In Italië probeert men dit verschijnsel tegen te gaan door een striptease tussen de programma's te plaatsen!) Wij hebben het woord 'to zap' vernederlandst door toevoeging van -en. Van Dale Hedendaags Nederlands (2de druk) en Verschueren zijn de eerste Nederlandse woordenboeken die zappen opnemen.
De meeste woordenboeken vermelden nu ook het synoniem kanaalzwemmen, een woordgrapje dat veel te mooi is om in de vergetelheid te raken. Kanaalzwemmen werd eind jaren tachtig van vorige eeuw door het Parool populair gemaakt (maar niet gelanceerd). De redactie had de term naar eigen zeggen ontleend aan een column van Kees van Kooten.
In het boek ‘Jemig de pemig’ van Ewoud Sanders heb ik ‘kanaalzwemmen’ niet gevonden. Het woord is dan ook geen trouvaille van Koot en Bie. Mogelijk gebruikte Kees van Kooten het in één van zijn boeken of krantencolumns. Even waarschijnlijk liet hij zich daarbij inspireren door de Amerikaans-Engelse term ‘to channel-hop’ die reeds in mei 1972 werd opgetekend in een Amerikaanse tv-gids. Het synoniem ‘to channel surf’ duikt voor het eerst op in een Amerikaans neologismenboekje uit 1993 (Trash cash, fizzbos and flatliners).
Zowel Webster’s New World Dictionary of Media and Communications en NTC’s Mass Media Dictionary (beide uit 1990) verzwijgen dit woord.

Net zoals zappen kwam de woordspeling ‘kanaalzwemmen’ vooral in gebruik tijdens de Golfoorlog in 1991. Kijkers scha­kelden toen van het ene net naar het andere om het nieuws te kun­nen volgen.
Volgens onderzoek verricht door advertentiebureaus zappen jonge­ren meer dan ouderen en mannen meer dan vrouwen. De ferventste zappers zouden sportfanaten zijn. Zij ontwijken de reclamebood­schappen door ondertussen een korte fractie van de sportwedstrij­den op andere netten op te van­gen.
Het is dan ook begrijpelijk dat -vooral in de VS - reclamebureaus en tv-stations zich ernstig zorgen maken over dit verschijnsel. Zappen of zapping heeft tegen­woordig alles te maken met het wegdrukken van tv-spots. Maar ook in de computerwereld wordt het een onrustwekkend feno­meen, want daar betekent zappen het vernietigen van bestanden. Ook deze betekenis gaat terug op het geluid "zap", dat vroeger in stripverhalen aan een laserstraal werd toebedacht.. Philip Nowlan zal wellicht nooit vermoed heb­ben dat zijn creatie voor zoveel opschudding zou zorgen, toen hij het woord in 1929 bedacht. Zappen mag evenwel niet ver­ward worden met zippen, dat er wel op lijkt, maar toch iets hele­maal anders is. Zippen staat voor het snel verder spoelen van recla­meboodschappen of andere ongewenste programma-onder-delen die op video werden opge­nomen.

(dit artikel verscheen in Nederlands van Nu, april 1993 en werd hier lichtjes aangepast)

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen