05 april 2006

Partridge of Green?

'Tipping the velvet’ is de titel van een succesvol Brits kostuumdrama (gebaseerd op de gelijknamige roman van Sarah Waters) over een lesbische liefde in het Victoriaanse tijdperk. Het is tevens een zeventiende eeuwse Engelse uitdrukking voor tongzoenen (met een vrouw), waarbij ‘velvet’ slaat op de tong.
Volgens ‘The new Partridge Dictionary of Slang and Unconventional English’ slaat deze uitdrukking (sinds 2002?) ook op orale seks. De bewerkers van Partridge geven nog een derde (homoseksuele) betekenis, nl. het likken van de anus.

Wie er ook Cassell’s Dictionary of Slang van Jonathan Green (een tijdje geleden hier gerecenseerd) op naslaat, krijgt een veel genuanceerder beeld. Niet alleen is de uitleg bij dit lemma veel uitvoeriger, Green geeft ook nog een preciezere datering.

De oude Partridge sloeg de bal al eens mis bij het dateren van woorden en uitdrukkingen.
Zijn opvolgers maken het zich wel erg makkelijk. Zo krijg je bij de meeste lemma’s een stortvloed van citaten –allemaal erg leuk natuurlijk- maar het eerste voorbeeld is niet noodzakelijk de oudste vindplaats. Soms staat er naast een lemma een jaartal dat de oudste bron suggereert maar een kleine test met andere woordenboeken (de Oxford English Dictionary en nogmaals: Green) brengt andere resultaten aan het licht. Een paar voorbeelden:

  • Crimble (een slangterm voor Kerstmis). Bij Partridge is het oudste citaat er één van 2001. Volgens de Oxford English Dictionary (verder de OD genoemd) dateert de term van ca. 1963. Green vermeldt: jaren ’80.
  • made-up (verrast). Citaat bij Partridge 1999. OD 1956. Green: jaren ’30.
  • minger (iemand die slecht ruikt; onaantrekkelijk persoon). Citaat bij Partridge 2003. OD: 1995. Green: jaren ’90.
  • mullered (dronken). Partridge geeft een vindplaats uit 2000. Volgens de OD 1995. Green: jaren ’90.
  • porky (rhyming slang voor ‘lie’, leugen). Bij Partridge: 1992. OD 1985. Green: jaren ’40.

En zo kunnen we nog even doorgaan.

Het woordenboek van Eric Partridge heeft altijd ruime aandacht besteed aan bijnamen, zowel van plaatsen als van personen. In de laatste editie heerst echter volstrekte willekeur.
Wel opgenomen zijn o.a. Dubya (George W. Bush); the Boss (Bruce Springsteen); Duke (John Wayne); Chiantishire (Toscane); Frisco (San Francisco).
Maar waarom staat Frank Sinatra vermeld onder de bijnamen ‘the General; the Chairman of the Board; the Dago; Old Blue Eyes’ maar niet onder ‘The Voice’?

Dat Margaret Thatcher in de media vaak ‘the Iron Lady’ of simpelweg ‘Maggie’ werd genoemd, komen we hier te weten. Maar geen spoor van haar andere ‘nicknames’ uit de Britse pers: ‘Atilla the Hen; the Grocer’s Daughter; the Milk Snatcher’ en ‘Tina’ (acroniem voor: There’s no alternative).
‘Big O’ wordt wel vermeld als bijnaam van Okinawa (Japan) en Omaha (Nebraska) maar dit is toch in de eerste plaats de toetelnaam van Roy Orbison. Draai je om in je graf, Roy!
Even erg is het ontbreken van volgende bijnamen: ‘the herring pond (17de eeuwse benaming voor de Atlantische Oceaan, ook bij ons: de haringvijver); Beckingham Palace (het huis van het echtpaar Beckham); Wacko Jacko (Michael Jackson); the Gipper (Ronald Reagan); Bambi (Toni Blair); Action Man (prince Charles) enz. enz.

Het werd reeds eerder gezegd: de etymologische uitleg in de nieuwe Partridge is vaak onbevredigend. Of: er wordt geen toelichting gegeven, of: de uitleg is warrig of ontoereikend.
Twee voorbeelden: the Big Easy (New Orleans, Louisiana): geen herkomstverklaring bij Partridge terwijl Green de gebruiker hier interessante dingen te vertellen heeft. Evenzo bij the Big Apple (New York): bij Partridge veel geblaat, weinig wol, terwijl Green nuttige informatie verstrekt.

Ondanks voorgaande kritiek hoeft ‘The new Partridge Dictionary of Slang and Unconventional English’ niet op de brandstapel en moeten de bewerkers ervan niet aan de schandpaal gespietst.
Er staat wel degelijk heel veel in (alleen jammer dat het niet altijd even betrouwbaar is).
Dit boek is in de eerste plaats een hoorn des overvloeds van citaten (uit pers, literatuur, liedjes enz.). Het kost dan ook € 170 en dat is toch geen kattepies.
Uiteraard vind je ook hier dingen die je in geen enkel ander woordenboek vind. Een kleine greep:
‘Minge Whinge’ (theaterslang voor de Vagina Monologen van Eve Ensler)
‘nip and tuck’ (cosmetische chirurgie)
‘Bush is another word for cunt’ (slogan)
‘chick with a dick’ (transseksueel)

En zelfs de ‘dumb blonde’ (niet bij Green en door Partridge gedateerd als 1936. Am.)

Conclusie: wens je een omvangrijk Engels slangwoordenboek met heel veel vindplaatsen en met ruime aandacht voor het Caraïbische, Australische, Nieuw-Zeelandse en Zuid-Afrikaanse slang, dan is deze Partridge het juiste cadeau. Besef dan wel dat het een forse aderlating wordt.
Wil je een ietwat goedkoper en betrouwbaarder slangwoordenboek, koop dan de Cassell Dictionary of Slang’ van Jonathan Green. Een veiligere investering!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten