04 juli 2009

Een boterham met pindakaas.

Vandaag begint de 96ste editie van de Ronde van Frankrijk. Hele volksstammen gaan weer compleet uit hun bol. Het belooft nog maar eens superzwaar te worden. Op de voorlaatste dag, zaterdag 25 juli, wordt de mythische Mont Ventoux aangedaan. De flanken van deze 21,5 km lange col in de Provence zullen weer bezwijken onder de invasie van toeristen en fans.
Ter lering ende vermaak krijgt u van mij af en toe een wielerterm of –uitdrukking voorgeschoteld. Wie zijn kennis van het Tourjargon wat wil bijspijkeren kan hier dus terecht.

‘Je kunt de Tour niet winnen op een boterham met pindakaas’ is al geruime tijd een gevleugeld gezegde onder wielercommentatoren. In gewone mensentaal: zonder hulpmiddelen (lees: doping) kan een renner geen wereldtitels winnen. Oorspronkelijk was dit een bekende (en eerder onschuldige) reclameslogan van Calvé uit 1983.
Het draaide rond een jongen met een petje die wielrenner wilde worden. Achter zijn boterham met pindakaas verklaarde hij dat zijn moeder zei dat pindakaas goed voor hem was door de vitamientjes (pitamientjes).
Maarten Ducrot, voormalig renner en verslaggever van wielerwedstrijden, riep tijdens de Tour van 2006: "Je rijdt de Tour niet uit met boterham met kaas." Ook Gerrie Knetemann gebruikte de slogan wel eens. Van Eddy Merckx is de variant: 'De Tour win je niet met een klontje suiker.'
Dergelijke uitspraken werden in het verleden vaak onderschreven door een breed forum van medisch onderlegde specialisten. Het zou mooi zijn mocht iemand de Tour deze keer echt winnen op een boterham met pindakaas.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten