17 mei 2009

Hulpverloofde.

De Franse taal blijkt een geliefd toevluchtsoord wanneer het gaat om het verdoezelen van echtelijke ontrouw of slippertjes.
Denken we maar aan de vele eufemismen voor minnares zoals concubine, liaison en maîtresse. Minder bekend is de term ‘deuxième bureau’.
Reeds in 1996 stond er in de Volkskrant het volgende te lezen: “Vaak knikt ze om iets wat de vertaler zegt te bevestigen. Ja, ze wil een eigen boetiekje. Ja, ze wil haar opleiding afmaken. Ja, ze wil verliefd worden, trouwen en gelukkig zijn. 'Maar ik kom niet meer in aanmerking om eerste vrouw te worden. Alleen 'deuxième bureau' zit er nog in voor mij.'”
Dit eufemisme refereert aan het ‘tweede bureau’ van een zakenman, de plaats waar hij zijn ‘werktijd’ doorbrengt. Een eerder grappige variant is ‘hulpverloofde’. Er wordt een soort emotionele band met de minnares gesuggereerd. Ze wordt gezien als een soort verloofde. 
We citeren uit NRC Handelsblad van 1995:
“Tot dan toe had hij het bestaan van wat men tegenwoordig wel hulpverloofdes noemt met succes kunnen camoufleren, maar op een aanvaring met een ijsberg had hij echt niet gerekend.”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen