09 mei 2007

Populisten en Hadjememaars.

Met een ‘Hadjememaar’ bedoelen we een populistisch politicus die inspeelt op de onderbuikgevoelens van het volk; een demagoog. Oorspronkelijk was het de bijnaam van de Amsterdammer Cornelis de Gelder, een liedjeszanger op het Rembrandtplein, die in de jaren twintig van vorige eeuw zich als leider van de Rapaljepartij kandidaat had gesteld voor de gemeenteraad. Punt één van Hadjememaar luidde: ‘Jajem voor vijf cent.’ Daarmee bepleitte hij een dagelijkse gratis gemeenteborrel.

In 1991 spiegelde Vladimir Zjirinovski in Rusland de kiezers gratis wodka en de herovering van Finland voor.
En in 2001 stond in het tijdschrift Elsevier: ‘Een journalist van het ‘Radio 1 Journaal’ bejegende op 28 oktober de andere kandidaat-lijsttrekkers op de partijbijeenkomst van Leefbaar Nederland laatdunkend, als waren ze ‘losers’ en ‘Hadjememaars’.

Komen we bij de term ‘populist’, tegenwoordig een scheldwoord in politieke kringen.
Een populist is een charismatisch leider die overheidsbureaucratie verafschuwt en die streeft naar een sterke band tussen een leider en het volk; een oppervlakkig politicus of demagoog. Eigenlijk: iemand die rekening houdt met de verlangens van de populus, het volk.
Voor de meeste opinieleiders staat populisme gelijk aan het ‘inspelen op onderbuikgevoelens’, met het verkondigen van opvattingen die een beschaafd persoon nooit zou mogen huldigen. De afkeer van populisme heeft grotendeels te maken met de angst voor de domheid van het volk of de gewone man. De macht hoort immers te berusten bij een elite (zorgvuldig geselecteerde politici die namens de bevolking besluiten nemen). Het populisme vertrekt van het beeld van ‘de mensen’ als een homogene brij terwijl de samenleving eerder kenmerken van diversiteit vertoont. Oorspronkelijk was het populisme een stroming in de Franse literatuur, waarin belangstelling werd getoond voor het leven van de lagere volksklassen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten