09 maart 2007

Allemaal ratten.

Nadat Ed van Thijn de gekozen burgemeester had tegengehouden in de Eerste Kamer, reageerde Laurens Jan Brinkhorst (van D66) met de woorden: ‘Eens een rat, altijd een rat.’

‘Rat’ is al eeuwenlang een scheldwoord voor een totaal onbetrouwbaar, laaghartig persoon; een parasiet of een onderkruiper.
Ongewenste bezoekers van een discotheek, dancing e.d. worden door de portiers wel eens minachtend ‘stapratten’ genoemd (Algemeen Dagblad, 04/11/2003).
Iemand die op kosten van anderen leeft, is een ‘broodrat’.
In Vlaanderen wordt een ambtenaar soms uitgescholden voor ‘bureelrat’.
Een ‘hotelrat’ is iemand die op slinkse wijze (bijvoorbeeld met valse sleutels) inbreekt in hotelkamers. De term dateert al van begin twintigste eeuw.
Zeelui noemen landbewoners vaak spottend ‘landratten’.
Een ‘urinoirrat’ is een potenrammer die homo’s chanteert (Arendo Joustra citeert in zijn Homo-Erotisch Woordenboek de Leeuwarder Courant van 1959) terwijl een ‘woelrat’ een aanduiding is voor een homojongen (genoemd naar een personage uit de boeken van Gerard Reve).
Laten we ook de ‘rioolrat’ niet vergeten: een gluiperig persoon. Dit scheldwoord wordt vooral gebruikt voor een opdringerige persfotograaf of paparazzo. We vinden het al terug in één van de volksromans van Piet Bakker.

In het Frans heeft rat echter een heel andere betekenis, nl. die van ‘vrek, gierigaard.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen