05 oktober 2009

Maatje pink.

'Maatje pink' is al lange tijd een eufemistische uitdrukking voor een klein geschapen mannelijk lid. Tegelijkertijd is het een allusie op impotentie. In het Engels gebruikt men hiervoor de aanduiding 'small meat', vaak gesymboliseerd door een opgeheven pink. Het Nederlandse eufemisme werd vooral populair gemaakt door het (cabaret)duo Van Koten en De Bie en is voor het eerst te horen op hun elpee Hengstenbal uit 1977.
In de Ge├»llustreerde Encyclopedie van de Sexualiteit (1977-1980) wordt 'maatje pink' opgenomen in een lijst van seksueel slang, met als synoniemen 'antiek hangertje' (eigenlijk een Bargoense term voor een man op leeftijd en vandaar ook voor een impotent iemand), 'Friese staartklok' (eveneens Bargoens voor een impotent persoon), 'de kaas is op, keienkijker, slapjanus, slappe was voor de deur' en 'zandruiter'. Vlamingen zeiden in de negentiende eeuw wel eens: ‘Zijn wijzer staat op half zes.’ En in vroeger tijden noemde men een impotente man 'verkoud van nature' of 'uitverkocht'.
Ja, onze voorouders draaiden er omheen als een kat om de hete brij. Allemaal mooie eufemismen om de dingen maar niet bij hun naam te hoeven noemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen