09 oktober 2009

Het bountygevoel.

Een zwarte (Afrikaan, Surinamer of Antilliaan) die zich gedraagt als een blanke of die met de blanke maatschappij heult, wordt door zijn rasgenoten wel eens smalend een ‘bounty’genoemd. Dit is een mooi voorbeeld van een merknaam die zich ontwikkelt tot scheldwoord.
Het Engelse woord verwijst naar de Bounty Bar, het handelsmerk voor een chocoladereep met kokosvulling. De term impliceert dat dergelijke mensen van buiten donker zijn als de chocolade en van binnen blank als de kokos.
Een ‘bounty’ wordt beschouwd als iemand die zijn afkomst verloochent. Hij of zij levert al eens kritiek op etnische minderheden en zoiets valt onder rasgenoten niet altijd in goede aarde.
Ayaan Hirsi Ali (van Somalische afkomst maar in Nederland gekend als feministe en politica) werd ooit door Imam Abdullah Haselhoef als ‘bounty’ bestempeld.
In ons taalgebied dook het scheldwoord voor het eerst op begin jaren negentig. Minder bekende synoniemen zijn ‘damneger’ en ‘schaakneger’. ‘Bounty’ staat sinds 1999 in de Grote Van Dale. Het Marokkaanse equivalent is de ‘ptata’ (aardappel).
Gelukkig heeft bounty ook positieve associaties. Een zonovergoten tropisch eiland, met witte stranden en veel palmbomen, wordt in de reissector wel eens een ‘bountyeiland’ genoemd. Een droomeiland kortom. Het woord verwijst ook hier weer naar de chocoladereep, die op dergelijke eilanden genuttigd wordt, tenminste als we de reclame mogen geloven. Je zou er een ‘bountygevoel’ of vakantiestemming bij krijgen.

1 opmerking:

  1. Anoniem12:55 p.m.

    Fascinerend hoe een woord twee totaal verschillende betekenissen kan hebben.

    BeantwoordenVerwijderen