17 september 2009

Blinde Maupie.

In de roman Zionoco (1995) van Leon de Winter is te lezen: “Hopelijk zouden ze het belang ervan (ach, hij wist dat zoiets niet bestond, een belang dat boven het directe en persoonlijke uitsteeg, iets van kosmische omvang – laat me ’t maar zien, zei Blinde Maupie) onderkennen en de brief aan Emma overhandigen.”
Blinde Maupie is een Bargoense zegswijze die sinds de jaren zeventig van vorige eeuw in naslagwerken te vinden is. Het is een uiting van ongeloof, die meestal aangevuld wordt met ‘zien moet ik het’ of ‘eerst zien, dan geloven’.
De zegswijze wordt vaak ook begeleid of vervangen door het leggen van een vinger onder het oog, waarbij de huid iets naar beneden getrokken wordt en de blik veelbetekenend is: ‘Vertel mij wat.’
De Maupie waarvan sprake is, was eigenlijk een Amsterdams-Joodse straathandelaar van voor de Tweede Wereldoorlog. Zijn levensloop werd beschreven door onder anderen Meyer Sluyser in Als de dag van gisteren (1958). Als iemand iets zei wat hem ongeloofwaardig voorkwam, zei blinde Maupie: ‘Dosj mosj ich erst seh’n.’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen