28 februari 2008

Twitteren.

Volgens het Jaarboek Taal 2008 van Van Dale betekent dit: ‘korte blogberichten met bekenden uitwisselen via de microblogsite Twitter’.
Het gaat om een gratis internetservice die het midden houdt tussen sms’en, chatten en bloggen.


Twitteren komt van het Engelse werkwoord ‘to twitter’ (kwetteren). Het komt eigenlijk neer op een snelle manier van praten over meestal triviale dingen. De online service Twitter biedt mensen de mogelijkheid om (na gratis registratie) met een select groepje vrienden, collega’s en familie te communiceren, via de browser, de mobiele telefoon, smartphone of pda.

22 februari 2008

Smaad aan de flikken.

Sinds de populaire televisieserie ‘Flikken’ kennen ook Nederlanders dit scheldwoord voor politieagenten (in het Bargoens ook wel ‘smerissen’ en ‘klabakken’ genoemd). Onder (Vlaamse) agenten is het ondertussen een geuzennaam geworden.

Eind 2004 werd in Vlaanderen een dokter vrijgesproken voor smaad aan de politie. Tijdens een betoging van ‘Stop USA’ gebruikte hij de benaming flikken tegen de aanwezige gezagdragers.
De Brusselse rechtbank oordeelde dat enkele essentiële criteria voor smaad niet aanwezig waren: de dokter zou niet de intentie gehad hebben om te beledigen en er was evenmin sprake van een boodschap gericht tot één persoon.
In Gent (waar de serie ‘Flikken’ werd opgenomen) zou het al helemaal niet tot een proces gekomen zijn, zei de politiewoordvoerder van die stad.

Volgens een volkse etymologie zou het woord een acroniem zijn van ‘Fédération légale des imbéciles claqués’ maar dat is larie.
Flik is in ieder geval afgeleid van het Franse 'flic'. Het is een vrij jong woord (pas in de 19de eeuw opgekomen). Rond 1828 kenden de Fransen de argotterm 'flique' voor commissaris; mogelijk een verbastering van het Duitse slangwoord 'Flick' (knaap) of van 'Fliege' (spion, verklikker).
In die laatste betekenis zou het een afleiding kunnen zijn van het gelijkbeduidende Franse 'mouche'. Er zijn evenwel etymologen die veronderstellen dat flic is afgeleid van 'flica' (klappen), een variant van 'flaquer' (zweepslagen geven).
Bargoense woorden hebben meestal een Jiddische oorsprong maar hier lijkt de Duitse herkomstaanduiding te verkiezen.

20 februari 2008

Tuktuk.

Het lijkt op een riksja maar dan gemotoriseerd. In Thailand en andere Aziatische landen is het een populair vervoermiddel.
Omdat ze erg wendbaar zijn in het drukke stadsverkeer (slechts drie wielen) worden de ‘tuktuks’ (uitgesproken als: toektoeks) sinds eind 2007 ook ingezet in een aantal Nederlandse steden. Een aantal passagiers (maximum drie) kan erg snel en voordelig van A naar B gebracht worden.
In Den Haag en Zandvoort is ‘een tukkie pakken’ ondertussen een begrip geworden. Een ‘tuktuk’ kan op straat worden aangehouden of gereserveerd.

16 februari 2008

Webtop.

Wie wil er niet op elk moment en eender waar op zijn eigen, vertrouwde bureaublad werken en steeds (waar en op welke computer dan ook) de beschikking hebben over zijn documenten? Met een zgn. ‘webtop’ is dit voortaan mogelijk. Het woord is een samentrekking van ‘web’ en ‘desktop’. Het gaat om een nieuwe webapplicatie, een combinatie van onlinetoepassingen met een onlinestartpagina. De omgeving lijkt op die van Windows, Mac of Linux, een soort virtueel bureaublad dus.

De gebruiker die zich bij zo’n webtop aanmeldt, krijgt binnen zijn ‘browser’ een bureaublad dat hij of zij zelf kan inrichten en van waaruit verschillende webtoepassingen kunnen worden opgestart. Je zou het eigenlijk een soort ‘web operating system’ of ‘webOS’ kunnen noemen. Bij sommige ‘webtops’ kun je ook als beheerder meerdere gebruikers aanmaken en in groepen indelen. Hierdoor kunnen dan makkelijk bestanden gedeeld worden.

De term ‘webtop’ werd voor het eerst gebruikt door Santa Cruz Operation (SCO) in 1993 voor de web-gebaseerde interface van hun UNIX operating systeem.

14 februari 2008

Het rokend pistool.

Voor, tijdens en na de oorlog in Irak werd er voortdurend gezocht naar een ‘smoking gun’: aanwijzingen dat het land over massavernietigingswapens beschikte.
Die ‘harde bewijzen’ werden nooit gevonden.

De laatste tijd duikt in Nederlandse en Vlaamse kranten vaak de vertaling ‘rokend pistool’ op. Bijvoorbeeld in het weekblad Elsevier in 2003: “De harde werkelijkheid is dat het hoofd van de wapeninspecteurs van de Verenigde Naties in Irak, Hans Blix, op 27 januari aan de Veiligheidsraad verslag moet uitbrengen over zijn bevindingen. Hoewel Resolutie 1441 slechts van een ‘update’ spreekt, is lang aangenomen dat het hier om een slotdocument zou gaan. Een onmiskenbaar ‘rokend pistool’ is nog niet aangetroffen in Londen, maar ook in Washington, gaan stemmen op om de inspecteurs meer tijd te gunnen.”

Het ‘rokend pistool’ (of geweer) is het bewijsmateriaal waarmee men iemand kan beschuldigen. We gaan ervan uit dat de persoon die dit in handen heeft naar alle waarschijnlijkheid een misdaad heeft begaan.
De uitdrukking ‘smoking gun (pistol) werd in Amerika vooral populair tijdens het Watergateschandaal in de jaren zeventig van vorige eeuw. Volksvertegenwoordigster Barber Conable zei toen, na het beluisteren van de bandopname van het gesprek tussen Richard Nixon en H.R. Haldeman, de legendarische woorden: ‘I guess we have found the smoking pistol, haven’t we?’

08 februari 2008

De kamelenteen.


Het is allemaal de schuld van de strakke, niets verhullende spijkerbroek, het nauwsluitende badpak of het spandex-pak (waarin o.a. Superman rondloopt). De contouren van de vrouwelijke genitaliën staan er meestal duidelijk afgetekend in. Anderen kunnen hierdoor ‘liplezen’.
Tieners hebben al een naam voor dit fenomeen, dat stilaan epidemische vormen aanneemt: een ‘kamelenteen’, vrij naar het Engels: ‘camel toe’.
Geen ‘camel’s nose’, want dat staat voor het topje van de ijsberg. De ‘spleethoef’ hebben we te danken aan de opmars van o.a. de strech-jeans voor vrouwen. De kledingstof volgt nauwgezet de welvingen van het damesonderlichaam. Ook vochtige lycra nestelt zich zichtbaar in vrouwencaviteiten. Veel mannen worden hier lyrisch van maar evenveel vrouwen zouden niets liever dan een kruistocht beginnen tegen dit verschijnsel.


In 2003 had het hiphopgroepje Fannypack het hitje ‘Camel toe’. Daarin kwamen volgende regels voor: ‘Her spandex biker shorts /Were creeping up the front /I could see her uterus /Her pants were too tight.' De toon van het lied is vrij streng: 'Is your crotch hungry, girl?/ cause it's eating you're pants'. Van Fannypack mag de spandex gerust de kast in, om er nooit meer uit te komen. De entertainmentwereld heeft het woord alleszins populair gemaakt.
In de Broadway musical Spamalot werden de letters van het woord C-A-M-E-L-O-T verkeerdelijk geschikt als C-A-M-L-T-O-E.
Op de website YouTube circuleren ondertussen al meerdere video’s van ‘cameltoe’s’.
De Engelse benaming werd in 1992 voor het eerst opgetekend in een Amerikaans slangwoordenboek, met als synoniem ‘beetle bonnet’. De omschrijving luidt: ‘female pubic mound as viewed through tight garments. From the design of the VW car. ‘Camel’s foot, camel’s lip’.


M.b.t. corpulente vrouwen wordt overigens de regionele Amerikaanse term ‘moose knuckle’ gebruikt. Feministen hoeven zich niet meteen op te winden over mogelijk seksistisch taalgebruik want de ‘camel toe’ is de vrouwelijke variant van de ‘lunch box’, ‘basket’, ‘packet’ of ‘bob’ (allemaal slangtermen voor de bobbel die zichtbaar is in een te strakke herenbroek, bijvoorbeeld bij wielrenners of atleten). Er zijn dus niet alleen vrouwen met een ‘camel toe’, maar ook mannen. Op de hilarische website ‘cameltoe.org’ worden ze verzameld. De site recenseert ‘toes’ van al dan niet bekende vrouwen én mannen. Voor de geilaards onder jullie, er zijn foto’s te vinden van o.a. Paris Hilton, Britney Spears, Brooke Shields en de originele Charlie’s Angels. Voor wie deze afbeeldingen allemaal te smakeloos zijn, er zijn ook de elegantere ‘kamelentenen’, bijvoorbeeld de nieuwe mevrouw Sarkozy die onlangs uit de zee verrees in een witte bikini.


Volgens sommigen zou de 'camel toe' of 'kamelenteen' ontstaan zijn in de jaren tachtig van vorige eeuw toen vrouwen hun schaamhaar gingen afscheren, waardoor hun labia de kans kreeg zich te manifesteren.



05 februari 2008

Telenovela.

Vaak zijn het Assepoester-achtige verhalen over goede maar vooral kwade dingen, die liefde en geluk voortdurend in de weg staan. De VRT had ‘Emma’, de VTM ‘Sara’. We hebben het over een nieuwigheid in medialand: de ‘telenovela’.

Een ‘telenovela’ (met één eindletter l en geen twee) is volgens Van Dale Spaans-Nederlands een televisiefeuilleton of soap. Dat is een beetje kort door de bocht want alhoewel het om een romantisch verhaal gaat dat over meerdere afleveringen wordt gespreid, is het duidelijk geen soap. Een telenovela heeft in elke aflevering een afgerond verhaal met een begin, een midden en een einde. Meestal kent het ook een happy end, zoals gebruikelijk is in moderne sprookjes. Het hoofdpersonage is altijd een vrouw. De Spaanse benaming (met als synoniem ‘culebrỏn’) wordt vaak vernederlandst tot ‘telenovelle’.

De oorsprong van dit soort melodrama’s ligt in Latijns-Amerika. Daar bestaat een lange traditie in het vertellen van (romantische) verhalen. Voor het radiotijdperk werden in Cubaanse sigarenfabrieken al romans in afleveringen voorgelezen. In de jaren dertig van vorige eeuw werden verhalen geadapteerd voor de radio. Toen de televisie haar intrede deed in de huiskamers werden vervolgverhalen getoond tot soms twintig afleveringen. Ondertussen is dit aantal al opgelopen tot driehonderd.

Telenovela’s houden niet alleen de Spaanstalige wereld aan de buis gekluisterd. Ze zijn nu ook populair in Zuid-Europa (Spanje, Portugal en Italië), zelfs in Oost-Europa (Servië, Bulgarije, Bosnië) en in de rest van Europa en de VS.

Een soap duurt meestal meerdere seizoenen en kent meerdere hoofdfiguren, een telenovela kent een kortere levensduur (slechts één seizoen) en heeft maar één hoofdpersonage.
De acteurs (althans in de Zuid-Amerikaanse versie) lezen meestal hun teksten af van een in de handpalm verborgen briefje. In Mexico zorgen deze soaps niet alleen voor vermaak, ze leiden de veelal arme Mexicanen af van de politieke realiteit.

03 februari 2008

Speedy Gonzales.

Iemand die erg snel voortbeweegt, werkt enz. noemen we wel eens schertsend of spottend een ‘Speedy Gonzales’. De naam verwijst naar een populaire Amerikaanse tekenfilmmuis (met een Mexicaans accent). Hij begon zijn filmloopbaan in 1953.

Uit de Nederlandse krant Trouw plukten we eind 2007 volgend citaat: ‘Frankrijk. De hyperactieve, als een Speedy Gonzales van hot naar her vliegende president Sarkozy, opvolger van Chirac, breekt met de Franse traditie dat regeringen zwichten voor stakersmassa's.’