05 februari 2008

Telenovela.

Vaak zijn het Assepoester-achtige verhalen over goede maar vooral kwade dingen, die liefde en geluk voortdurend in de weg staan. De VRT had ‘Emma’, de VTM ‘Sara’. We hebben het over een nieuwigheid in medialand: de ‘telenovela’.

Een ‘telenovela’ (met één eindletter l en geen twee) is volgens Van Dale Spaans-Nederlands een televisiefeuilleton of soap. Dat is een beetje kort door de bocht want alhoewel het om een romantisch verhaal gaat dat over meerdere afleveringen wordt gespreid, is het duidelijk geen soap. Een telenovela heeft in elke aflevering een afgerond verhaal met een begin, een midden en een einde. Meestal kent het ook een happy end, zoals gebruikelijk is in moderne sprookjes. Het hoofdpersonage is altijd een vrouw. De Spaanse benaming (met als synoniem ‘culebrỏn’) wordt vaak vernederlandst tot ‘telenovelle’.

De oorsprong van dit soort melodrama’s ligt in Latijns-Amerika. Daar bestaat een lange traditie in het vertellen van (romantische) verhalen. Voor het radiotijdperk werden in Cubaanse sigarenfabrieken al romans in afleveringen voorgelezen. In de jaren dertig van vorige eeuw werden verhalen geadapteerd voor de radio. Toen de televisie haar intrede deed in de huiskamers werden vervolgverhalen getoond tot soms twintig afleveringen. Ondertussen is dit aantal al opgelopen tot driehonderd.

Telenovela’s houden niet alleen de Spaanstalige wereld aan de buis gekluisterd. Ze zijn nu ook populair in Zuid-Europa (Spanje, Portugal en Italië), zelfs in Oost-Europa (Servië, Bulgarije, Bosnië) en in de rest van Europa en de VS.

Een soap duurt meestal meerdere seizoenen en kent meerdere hoofdfiguren, een telenovela kent een kortere levensduur (slechts één seizoen) en heeft maar één hoofdpersonage.
De acteurs (althans in de Zuid-Amerikaanse versie) lezen meestal hun teksten af van een in de handpalm verborgen briefje. In Mexico zorgen deze soaps niet alleen voor vermaak, ze leiden de veelal arme Mexicanen af van de politieke realiteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen