21 september 2008

Serendipiteit.

“Bij mijn eerste ontdekking was ik bij toeval op het kunstgebit van George Washington gestuit, maar bij de tweede had ik er een neus voor gehad. Deze keer moest het wel serendipiteit zijn geweest. Het is een woord dat je hooguit een of twee keer in je leven gebruikt, maar wie het eenmaal heeft gepraktizeerd, vergeet het nooit meer.” Bovenstaand zinnetje stond in 1990 in NRC Handelsblad.

Serendipiteit, in het Engels ‘serendipity’, is het talent om toevallige ontdekkingen te doen. Het woord werd in 1754 bedacht door de Engelse auteur Horace Walpole, naar de titel van een Perzisch sprookje, De drie prinsen van Serendip. De hoofdfiguren deden steeds toevallige ontdekkingen.
Rond 1930 introduceerde een hoogleraar fysiologie aan de Harvard Universiteit het woord in de wetenschap.
In Nederland werd serendipiteit vooral onder de aandacht gebracht door de Groningse wetenschapper Pek van Andel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten