03 september 2007

Het designertijdperk.

Na de succesvolle, productieve voorvoegsels super, euro en mega volgde de opmars van het prefix designer. Nederlandstalige woordenboeken omschrijven dit woord nog altijd als 'ontwerper, vormgever' maar ook als adjectief komt het de laatste jaren erg frequent voor en daarvan vinden we weinig sporen in de voorradige woordenboeken. Van Dale vermeldt ‘designerdrug’ en ‘designerjeans’ en het Jaarboek 2007 voegt daar nog eens ‘designerbaby’ aan toe. Het Engelse design (ontwerp) is afgeleid van het Latijnse 'designare' (aanduiden, afbeelden) en werd al opgetekend in het midden van de 17de eeuw.

In de jaren zestig van vorige eeuw kreeg het woord echter een nieuwe status. De labels op kleren onthulden de naam van de couturier die voor het ontwerp gezorgd had. Deze labels kregen hetzelfde cachet als de handtekening onder een schilderij. Producten van massafabricage kregen plots het stempel >chic=. Designer was herboren als een beschrijvend woord: designerkleding werd van dan af geassocieerd met speciale, prestigieuze en vooral dure kleding. Je betaalde immers voor de naam. Na de designerjeans (een creatie van miljonaire Gloria Vanderbilt) volgden de designerparfums en de designerhandtassen. Sedert het einde van de jaren zestig kan designer toegepast worden op alles wat naar snobisme ruikt. Het woord belichaamt ook een tijdperk waarin verknochtheid aan consumentisme centraal stond. In het journalees van de jaren tachtig kreeg designer een nieuwe dimensie.

Nederlandse journalisten stoeien graag met modieus taalgebruik, en deze term die je in elke context wel als stoplap kunt gebruiken, beantwoordt duidelijk aan een behoefte. In de pers volgde een vloedgolf van designerjeans, designermuziek, designerdrugs enz.

De >Haagse Post= zette in 1986 de trend in met een melding over 'dealers en designerpunks in Brixton'. Dit woord werd dan wel niet verklaard maar bedoeld werden de nep-punks, de meelopers, in Nederland ook wel bijenkorfpunks genoemd.

Drie jaar later bestempelde >de Volkskrant= het nieuwste muzikale ei van David Bowie (Tin Machine) als designer-rock: muziek bestemd voor een cd-publiek (hetgeen toen nog beschouwd werd als een select en snobistisch publiek), waarbij alles 'bestudeerd' is en er geen zweet merkbaar is.
Met XTC of ecstasy (slangtermen: kippevoer, neukpillen) bereikten ook de designer-drugs onze contreien. Deze synthetische, in laboratoria vervaardigde drugs werden eind jaren zeventig van vorige eeuw voor het eerst gesignaleerd aan de Amerikaanse Westkust. Ze droegen de naam 'China White' of 'new heroin'.
De term zelf werd vele jaren later bedacht door de aan de universiteit van Californië verbonden professor Gary Henderson. Hij onderzocht toen het grote sterftecijfer en de Parkinsonsymptomen onder gebruikers van deze nieuwe drugs. In Europa worden designer-drugs met marketingtechnieken aan de man gebracht. Op de lijsten van verboden middelen komen deze nieuwe stoffen niet voor want met wat chemisch sleutelwerk wordt de illegaliteit mooi omzeild. Designer-drugs hebben echter een groot verslavingsrisico. Zelfs bij kleine dosissen bestaat onmiddellijk levensgevaar.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen