15 september 2007

Flexibiliseren.

Mensen op steeds wisselende tijden en langer laten werken (meestal voor hetzelfde loon) noemt men tegenwoordig 'flexibiliseren'. De werknemer of flexikracht moet steeds klaar staan voor de werkgever. Dit zou de productiviteit ten goede komen.
Flexibiliteit is het sleutelwoord van eind twintigste eeuw. Werknemers worden geacht flexibeler te worden. Ze moeten een ‘flexibele instelling’ hebben, d.w.z. sneller en allerter reageren op allerlei ontwikkelingen.

In het jargon worden ze ‘flexwerkers’ of ‘flexers’ genoemd. De werkgever loopt met het aannemen van personeel dat onder deze voorwaarden aan de slag gaat minder risico. De alerte medewerker zal ook beter voorbereid zijn op de afslankingsoperatie die ongetwijfeld zal volgen.
Begrippen zoals flexibaan, flexkracht (- of werker), fleximarkt, flexizorg enz. raakten in zwang in de jaren negentig van vorige eeuw. Wellicht zijn ze ontstaan onder invloed van het Engelse woord flexitime dat (in het Engelse taalgebied) al in 1972 opgetekend werd.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen