22 februari 2007

Chocolade. Deel 3

Chocoholics (een woord dat gevormd werd naar analogie van workaholics) kunnen vandaag de dag nog steeds terecht in de vele chocoladewinkels of chocolateries (een afleiding die in 1867 bedacht werd). In het Bargoens van het begin van de twintigste eeuw kende men de chocoladekar of chocoladewagen: de gevangeniswagen die een chocoladebruine kleur had. Deze termen vinden we o.a. terug in De Boeventaal (1906) van Köster Henke.

Een eeuw vroeger kende men 'Dantziger chocolade' ook als aanduiding voor geld. Toen Napoleon I in 1807 Dantzig had ingenomen, liet hij maarschalk Lefebvre bij zich komen en gaf hem als aandenken een pakje Dantziger chocolade. Hiermee wilde hij tot uiting brengen dat kleine geschenken de vriendschap onderhouden. Dit pakje bevatte niet minder dan de som van honderdduizend kronen aan bankbriefjes. De chocolade zou volgens de overlevering heerlijk gesmaakt hebben. Vandaar de negentiende eeuwse uitdrukking (die nu in de vergetelheid is geraakt): Hebt u wel Dantziger chocolade?: Bent U wel goed van geld voorzien?

Omwille van de kleur noemde men destijds in Nederlands-Indië (bij de artillerie) de bronzen medaille voor trouwe dienst spottend de chocoladeplak.
In de ogen van veel militairen was de uitreiking van zo’n onderscheidingsteken een beloning voor trouwe dronkenschap. Ook in het Franse argot kent men de zgn. médaille en chocolat: het symbool voor een belachelijke beloning of voor een onbeduidende zaak.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen