15 februari 2007

Chocolade. Deel 2

De term koffiehuis was rond 1699 nog nieuw. Gedurende de daarna volgende decades werd chocolade echter een essentieel onderdeel van het sociale leven der rijkere klasse. Sedert het midden van de 17de eeuw wordt het ook in gestolde vorm aangetroffen. Geroosterde cacaobonen, suiker, vanille en melk vormen de voornaamste ingrediënten.

De fabricatie van industriële chocolade nam pas in 1815 een aanvang. Melkchocolade werd in 1875 uitgevonden door de Zwitsers Daniël Peter & Henri Nestlé. Het dessert chocolade­mousse wordt wel eens toegeschreven aan de Franse artiest Henri de Toulouse-Lautrec. Die zou het ongeveer een eeuw geleden de grappige naam chocolate-mayonnaise gegeven hebben maar met de jaren zou dit veranderd zijn in chocolade-mousse (schuim).

Chocolade is niet alleen een lekkernij, het zou ook de spijsvertering bevorderen, goed zijn tegen reuma, verkoudheid of hoofdpijn en erg geschikt voor zwakken en herstellenden. Vroeger had het product nog andere, tegenwoordig minder bekende, eigenschappen. Toen Lodewijk XIV ietwat ontgoocheld was over de hartstocht van Madame de Pompadour, gaf hij haar het advies wat meer chocolade te drinken. De rokkenjager Casanova nam ook steeds een chocoladekannetje met zich mee! Die wufte reputatie verloor chocolade pas in de 20ste eeuw!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten