24 september 2006

Geitenneuker.

De in 2004 vermoordde cineast en columnist Theo Van Gogh had het in zijn columns vaak over ,,de vijfde colonne van de geitenneukers'' wanneer hij Arabieren of islamieten bedoelde.

Van Gogh gebruikte de term als een geintje. In de koran zou volgens sommigen vermeld worden dat de profeet zijn volgelingen aanraadde een onschuldig dier als de geit te gebruiken voor de bevrediging van hun lusten als er geen betere altenatieven voorhanden waren.

Vlak na de moord werd op internet een website gelanceerd met de provocerende naam ‘www.geitenneukers.nl’.
In de buitenlandse pers werd overigens zeer afwijzend gereageerd op het gebruik van dit racistisch scheldwoord. Het Franse ‘Le Canard Enchaîné’ zou wellicht als enige geen enkel probleem hebben met het invectief. De ‘New York Times’ durfde het woord echter niet citeren. De Duitsers ook niet, maar volgens de Engelse ‘Observer’ zou de uitspraak ontleend zijn aan Khomeiny.

Het bleek dat Khomeiny gezegd had dat als een man in grote seksuele nood verkeert en zijn vrouw ongesteld is, hij een kameel, een schaap of een geit mag nemen.
Een Nederlandse cabaretier maakte tijdens zijn eindejaarsconference van 2004 nog een grapje over de heisa rond dit woord. Volgens hem konden Marokkanen maar beter ‘kamelenbeffers’ i.p.v. ‘geitenneukers’ genoemd worden. Amerikanen noemen Arabieren overigens ‘camelfuckers’.

Begin 2004 beslistte de KNVB dat oerwoudgeluiden, schapengeblaat, gesis, vuurwerk­geluiden en het woord ‘geitenneuker’ niet meer in stadions ten gehore worden gebracht.

Van Gogh mag ‘geitenneuker’ dan wel populair hebben gemaakt, als scheldwoord bestond het al veel langer. In feite is dit invectief ondertussen meer dan een eeuw oud. Rond 1900 was het onder soldaten in Ned.-Indië een schimpnaam voor een Brits-Indiër.
In de jaren zestig / zeventig van vorige eeuw gebruikte de Amsterdamse penosefiguur Haring Arie het wel eens in zijn volksromans. Gerard Reve gebruikte ‘geitenneuker’ in ‘Bezorgde ouders’ (1988): ‘Dat hij zijn blonde, blanke jongenslijf aan dat bruine geiteneukertje wil geven...’
En in 1997 stond er in Nieuwe Revu: ‘6300 moslims, door onze jongens meestal ‘geiten­neukers’ genoemd...’ Als soldatenslang moet het woord zeer oud zijn.

In 1962 schreef een zekere prof. dr. J.A. Huisman een interessante taalkundige bijdrage in een boekje getiteld ‘Nette en onnette woorden’. Eén van de grofste onnette woorden die hij daarin noemt is ‘schapenneuker’, een voorganger of nakomer van ‘de geitenneuker’.
Deze term is nog steeds erg populair op jongerenwebsites. Mogelijk werd ‘schapenneuker’ ontleend aan het Engels.
In 2004 werd in een Schots café een poster opgemerkt met de tekst ‘Sheep shaggers are served here.’ Schotten hebben de nodige zelfspot en kunnen er dus mee lachen. Radicale moslims missen die zelfspot en reageren furieus wanneer ze met het invectief geconfronteerd worden.

In de jeugdtaal van de jaren tachtig van vorige eeuw slaat ‘geitenneuker’ ook op: een exentriek persoon, een rare snuiter; iemand aan wiens gedrag geen touw is vast te knopen.
Het woord heeft dus een lange weg afgelegd.

17 september 2006

Sambo.

Sambo is jongerentaal voor een zwarte jongen met dikke lippen, soms ook met een dikke bril.
De naam heeft een woelige geschiedenis achter de rug.
Onder Amerikaanse zwarten was Sambo een populaire naam tijdens de slavenperiode. Toen die werd afgeschaft, ging er een soort banvloek rusten op de term vanwege de onderdanige associaties.
In de VS, waar het woord al sinds het begin van de achttiende eeuw wordt gebruikt, is het veel negatiever en zelfs ronduit racistisch. Het gebruik van deze term onder blanken werd mogelijk beïnvloed door het Amerikaans-Spaanse ‘zambo’ (zwart persoon, mulat en ook voor een soort gele aap). Het wereldwijde gebruik als een personennnaam suggereert evenwel een Afrikaanse herkomst. Misschien stamt het zelfs af van een Hausawoord (Hausa is een Afrikaanse taal, gesproken door 24 miljoen mensen, en als tweede taal door nog eens 15 miljoen) voor ‘tweede zoon’ of ‘naam van de geest’. In populaire kinderboeken uit de negentiende en begin twintigste eeuw duikt de naam Sambo vaak op als hoofdfiguur.

Van Helen Bannerman verscheen in 1899 ‘The story of little black Sambo’ (in het Nederlands vertaald als: Sambo, het kleine zwarte jongetje). In sommige Amerikaanse scholen en bibliotheken is het nog steeds taboe, omdat het voor zwarten beledigend zou zijn.
Bij ons publiceerde Leonard Roggeveen in 1939: ‘Sambo, ga je mee?’ Tot ver in de jaren zestig van vorige eeuw werden Afrikanen hier nog getekend met een bot door hun neus. Deze negatieve beeldvorming is zelfs nu nog onderwerp van discussie (denken we maar aan onze zwarte piet).

10 september 2006

Het beest met de twee ruggen. Deel 2.

In de Angelsaksische literatuur is ‘the beast with the two backs’ of the two-humped beast’ sinds Shakespeare al lang een geliefde metafoor, o.a. terug te vinden bij auteurs zoals Mary Mc Carthy (The Group, 1963), Norman Mailer (An American Dream, 1965), M. Fraser (Flash­man Lady ,1977), Paul Theroux (The Great Railway Bazar, 1975).

De uitdrukking is ook in de late twintigste eeuw nog erg populair onder schrijvers en dichters.
In de jaren tachtig van vorige eeuw hoorde ik haar nog in een toneelstuk van Rudy Geldhof: ‘Twee Vrouwen’.
In de roman ‘Sisyfus verliefd’ van Ton Anbeek (1990) lezen we: “Het beest met de twee ruggen scharrelde op de dansvloer.”
Theo Kars gebruikte de uitdrukking in Aktueel van 18 juli 1991:
In Ibiza ontdekte ik jaren geleden een door hoge rotsen omringde stille, kleine baai met een spelonk die ik als reusacht­ige slaap-en badkamer kon gebruiken.Voor de rest heb ik het beest-met-de-twee-ruggen altijd binnenshuis op een bed gemaakt - oppervlakkig vrijen in portieken, auto's, telefoonhokjes en dergelijke buiten beschouwing gelaten.”

De recensent van het oerernstige HP/De Tijd stelde zich medio 1994 -in een recensie van Koos Prinsloo's Slachtplaats- de vraag: “Waarom zijn minnaars, tezamen 'een beest met twee ruggen' ,zoveel sterker de zelfvernietiging toegedaan als ze van hetzelfde geslacht zijn?”

Ondanks de talrijke vindplaatsen, werd deze seksuele metafoor nog door geen enkel Neder­lands woordenboek gehonoreerd! Zelfs de spreekwoordenboeken zwijgen er in alle talen over. Andere vergelijkingen met dieren in het seksuele taalgebruik (van achteren; op z'n hondjes; een onderdoortje maken enz.) vinden we eveneens met moeite terug in een gevestigd
woordenboek. Kan dit duiden op een nog niet helemaal verwerkt taboe?