17 september 2006

Sambo.

Sambo is jongerentaal voor een zwarte jongen met dikke lippen, soms ook met een dikke bril.
De naam heeft een woelige geschiedenis achter de rug.
Onder Amerikaanse zwarten was Sambo een populaire naam tijdens de slavenperiode. Toen die werd afgeschaft, ging er een soort banvloek rusten op de term vanwege de onderdanige associaties.
In de VS, waar het woord al sinds het begin van de achttiende eeuw wordt gebruikt, is het veel negatiever en zelfs ronduit racistisch. Het gebruik van deze term onder blanken werd mogelijk beïnvloed door het Amerikaans-Spaanse ‘zambo’ (zwart persoon, mulat en ook voor een soort gele aap). Het wereldwijde gebruik als een personennnaam suggereert evenwel een Afrikaanse herkomst. Misschien stamt het zelfs af van een Hausawoord (Hausa is een Afrikaanse taal, gesproken door 24 miljoen mensen, en als tweede taal door nog eens 15 miljoen) voor ‘tweede zoon’ of ‘naam van de geest’. In populaire kinderboeken uit de negentiende en begin twintigste eeuw duikt de naam Sambo vaak op als hoofdfiguur.

Van Helen Bannerman verscheen in 1899 ‘The story of little black Sambo’ (in het Nederlands vertaald als: Sambo, het kleine zwarte jongetje). In sommige Amerikaanse scholen en bibliotheken is het nog steeds taboe, omdat het voor zwarten beledigend zou zijn.
Bij ons publiceerde Leonard Roggeveen in 1939: ‘Sambo, ga je mee?’ Tot ver in de jaren zestig van vorige eeuw werden Afrikanen hier nog getekend met een bot door hun neus. Deze negatieve beeldvorming is zelfs nu nog onderwerp van discussie (denken we maar aan onze zwarte piet).

Geen opmerkingen:

Een reactie posten