06 februari 2006

Margarinebriefjes en woprelaties.

Aan het eind van de twintigste eeuw raakte de huwelijksromantiek weer in (denken we maar aan succesvolle televisieprogramma’s zoals de Honeymoonshow e.d.) en kwam de Nederlandse regering met het zgn. margarinebriefje voor samenwonenden op de proppen.

In de Nederlandse wetgeving dook naast de criteria 'gehuwd' en 'samenwonend' het begrip 'geregistreerd partnerschap' op. Notarissen buigen zich tegenwoordig ook over zgn. samenlevingscontracten (hierin worden de vermogensrechtelijke gevolgen van ongehuwd samenwonenden geregeld, bijvoorbeeld wanneer men samen een huis wil kopen) en verblijvingsbedingen (afspraken waarbij bepaalde gemeenschappelijke roerende of onroerende goe­deren het uitsluitend eigendom worden van één of meerdere eigenaars). Bij overlijden behoren de 'verbleven' zaken niet tot de nalatenschap van de overledene zodat diens erfgenamen de goederen niet kunnen opeisen!). Al deze termen hebben betrekking op de relatie tussen twee personen (niet noodzakelijk van verschillend geslacht) of op het intermenselijk verkeer.

Het margarinebriefje werd door het Neder­landse kabinet in maart 1993 geïntroduceerd. Mensen die niet kunnen of willen trouwen (homoparen, familieleden) kunnen thans een akte van samenwoning laten opmaken bij een notaris. Daarmee worden hun rechten beter gewaarborgd terwijl de overheid de controle op fraude meer in de hand heeft. Ongehuwd samenwonenden krijgen al een aantal jaren de mogelijkheid om zich bij de Nederlandse (en Belgische) burgerlijke stand te laten registreren.
Met een margarinebriefje, zoals een samenwoningakte in het populaire taalgebruik heet, verkrijgen zij dezelfde rechten en plichten als een echtpaar met een boterbriefje. Dit laatste is een van origine Amsterdamse benaming voor het huwelijksbewijs. Het woord is een vertaling van het Latijnse 'literae butyricae' en werd oorspronkelijk gebruikt in de zin van een aflaatbrief, een vergunning die door de kerk gegeven werd aan de eigenaar van zo'n brief om tijdens de vastenperiode boter, kaas, eieren en vlees te eten. Ook het Duitse 'Butterbrief' heeft de betekenis van vergunning. Schertsenderwijs werd het woord later ook gebruikt voor een belastingbiljet of rekening en sedert het begin van de twintigste eeuw kennen we het in de bete­kenis van trouwakte. Wellicht impliceert de benaming dat men met een derge­lijk bewijs de vrijheid bekomt tot seksuele omgang, hetgeen men zonder dit briefje mist.
Boterbriefje komen we in deze zin al tegen in de versjes van Koos Speenhoff en in het werk van Herman Heijermans. De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Israël de Haan gebruikte de term al in zijn homo-erotische roman Pijpelijntjes (uit 1904):
"Ja...als jullie gaat trouwen, trouw ik ook...met Koos of met 'n ander... zonder boterbrieffie natuurlijk..."

Blijkbaar was er toen al nood aan een margarinebriefje, een grappige variant die nu ook de nieuwste Van Dale heeft gehaald. Margarine geldt als een vervangingsmiddel voor boter.
Wie kiest voor 'samenwonen' laat dit tegenwoordig registreren door te trou­wen en wanneer dit niet kan, door het halen van een margarinebriefje. Daardoor krijgt men nu ook recht op gratis meeverzekeren in het ziekenfonds, een nabestaandenpensioen maar tegelijkertijd heeft men de plicht om elkaar financieel te onderhouden en, wanneer het slecht gaat, alimentatie te betalen. Iemand die zich niet laat registreren wordt hierdoor in Nederland beschouwd 'als 'alleenstaand'. Hij of zij verkrijgt dus geen speciale voordelen en heeft ook geen onderhoudsplicht.

Een paar decennia terug leek het nog simple comme bon jour. Halfweg de jaren zeventig van de vorige eeuw doken de eerste LAT-relaties op. LAT staat voor 'living apart together en verwijst naar een alternatieve liefdesverhouding waarbij beide partners elk over een eigen woonruimte beschikken. LAT-pioniers waren Liesbeth List en Cees Nooteboom. Uit bepaalde- vaak financiële overwegingen werden vele LAT-relaties (ook die van List en Nooteboom) beëindigd. Van het letterwoord LAT werd ook een werkwoord latten gevormd en een zelf­standig naamwoord latter/latster.
Vrij snel doken allerlei grappige varianten op. Een LUL-relatie betekent dat men al erg lang heel ongelukkig met elkaar is: 'living unhappily long'. Wie wat los in de broek zit, kiest natuurlijk voor een WOP-relatie:'wippen-ontbijten-pleite’.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen