09 januari 2006

Schuttingwoorden en viswijventaal.

De titel is een beetje misleidend: Cassell’s Dictionary of Slang (terwijl het boek al lang niet meer bij Cassell verschijnt maar bij Weidenfeld & Nicolson.
ISBN 0-304-36636-6).

Wat in 1984 begon als een smaldeeltje is ondertussen uitgegroeid tot een knoeperd van een boek, een paar kilo’s dik. Maar liefst 85.000 lemma’s telt het, waarvan 12.000 nieuwe sedert de vorige editie (1998). Bezige bij en woordendetective Jonathan Green behandelt hierin het slang van de vijftiende eeuw tot heden.
Bent u geïnteresseerd in Engels Bargoens, schuttingwoorden en viswijventaal of bent u toe aan een cursus achteruitbidden dan is dit het boek voor u. Let wel, er hangt een stevig prijskaartje aan (€ 57,80). Ter vergelijking: de nieuwe bewerking van Partridge verschijnt in 2 kloeke volumes en is minstens drie maal zo duur. Het verschil zit voornamelijk in de citaten (bij Partridge rijkelijk aanwezig). Green vermeldt zo goed als geen vindplaatsen.
Terwijl de nieuwe Partridge het historische slang schandalig verwaarloost en vooral focust op het informele taalgebruik sedert 1945, legt Green de lat veel hoger. Niet alleen komt het archaïsche slang ruim aan bod, het boek behandelt ook het onconventionele, platte taalgebruik dat buiten Groot-Brittanië en de VS weelderig tiert.
Dat laatste zou moeten aansporen tot voorzichtigheid. Kun je Zuid-Afrikaanse kreten als ‘pas op!’ ook als slang categoriseren als je die taal onvoldoende machtig bent?
Maar er komen ook leuke zaken uit deze hoek van de wereld: Blikkiesdorp (een fictief, klein en onbeduidend stadje of dorp); boeretroos (sterke zwarte koffie); papbroek (lafaard); plaasjapie (boerenlul); poephol (idioot); skiet und donder (melodrama) enz.
Ook Australië, Nieuw-Zeeland en de Caraïben komen ruim aan bod.

Naast een omschrijving (die soms uitvoerig kan zijn, zie bijvoorbeeld de drugsterm crack), vermeldt de auteur meestal de eerste vindplaats (waarbij hij vaak steunt op het werk van de oude Partridge en die liet op dit gebied weleens een steek vallen) en de etymologie van het behandelde woord.
Hoe up-to-date is dit woordenboek nu? Rekening houdend met het gegeven dat een woordenboek nooit helemaal bij de tijd kan zijn, is deze verzameling redelijk actueel te noemen. 11 september heeft zijn sporen nagelaten, getuige de uitdrukking ‘the planes hit the towers’ (gezegd wanneer problemen of moeilijkheden beginnen).
En ook Ruud Gullit heeft het woordenboek gehaald, weliswaar als rhyming slang (voor bullet of kogel), maar niettemin een prestatie. Saddam Hussein is sedert de jaren negentig van vorige eeuw rhyming slang voor ‘pain’ (pijn). En als u wilt weten wat een ‘Prince Albert’ is dan moet u toch echt het woordenboek raadplegen.
Wij kenden al de ‘couchpotato’ maar sedert het begin van deze eeuw is ook de term ‘mouse potato’ niet ongewoon (iemand die buitengewoon veel tijd achter zijn computer doorbrengt).
Aangenaam verrast zijn we wanneer we ook de opname van het begrip multi-culti vaststellen.
Ik kan hier uiteraard nog uren doorleuteren, ik kan ook gaan letterziften en zout op allerlei slakken leggen maar daar heb ik geen zin in. Met de nieuwe van Jonathan Green wil ik best kamerarrest krijgen. Dit is geen boek voor kwezels, droogpruimers en grimbekken.
Het verrijkt de woordenschat en een gevoel van humor is nooit ver weg.
Mijn liefje, wat wil je nog meer?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen