21 januari 2006

Mexicaanse hond.

Bij de Mexicaanse hond denken velen wellicht aan de chihuahua, het kleine hondenras genoemd naar een Mexicaanse deelstaat. Nog weinig mensen zullen het woord associëren met het fluitend geluid van een genererend radiotoestel.
Ooit –in de pioniersdagen van de radio- was ‘Mexicaanse hond’ nochtans een begrip. Mooie muziekpassages en belangrijke redevoeringen werden steevast door hem bedorven.
Journalist Jan Vrijman schreef in 1992 in het Parool:
"De in het kortegolfgeruis wegzinkende berichten doen me denken aan de 'geheime zenders' in oorlogstijd en, nog langer terug, aan mijn jongensjaren, met op de zelfgebouwde radio het akelig klagen van de Mexicaanse Hond."

Het grootste woordenboek van het Nederlands, het WNT, kent de uitdrukking niet in deze betekenis, maar eigenaardig genoeg wel in die van verkeersdrempel: een dwarse drempelachtige verhevenheid in het plaveisel. Het woordenboek citeert hierbij NRC Handelsblad van 1 maart 1973. Van Dale kent de uitdrukking dan weer alleen in de oudere betekenis.

Wat een verkeersdrempel te maken heeft met een Mexicaanse hond is niet meteen duidelijk. Maar dat het geluid van een genererend radiotoestel doet denken aan de (jankende) geluiden van een bepaald soort hond, daar kunnen we makkelijk inkomen.
Koenen is het eerste woordenboek dat ‘Mexicaanse hond’ opnam en wel in de zestiende druk uit 1929. De uitleg die er bij stond was wat warrig: ‘'trillingen van een radiolamp, waardoor de opgevangen tonen gewijzigd worden.’ Bij Van Dale duikt het begrip pas op in de zevende druk van 1950 terwijl het bij Koenen geschrapt wordt in de editie van 1987.
Verder zoeken in het WNT brengt wel een vindplaats uit 1929 aan het licht (Menno ter Braak: Cinema Militans). Het jankgeluid werd wel degelijk opgenomen, maar dan onder het lemma ‘genereren (van een ontvangsttoestel)’.
Zelf vonden we nog een ouder voorbeeld in de ter ziele gegane krant ‘het Vaderland’ van 13/03/1926. Vermits de eerste radio-uitzendingen begonnen in 1919 en de chihuahua in 1918 voor het eerst in het Nederlands werd aangetroffen moet de uitdrukking bedacht zijn tussen 1919 en 1926 (eerste schriftelijke vindplaats).
Volgens de Radio Encyclopaedie (2e druk, 1949) van J.J.L.van Zuylen was het toen al 'een thans weinig meer voorkomende storing'.

1 opmerking:

  1. Anoniem6:49 p.m.

    Ik was net 3 jaar toen de WOII uitbrak. Vóór de oorlog hadden mijn grootouders een café in de Westenwagenstraat te Rotterdam. Mijn ouders en ik waren daar vaak, mijn ouders om te helpen in de zaak.
    Mijn grootmoeder tilde mij wel eens op om aan de radio te draaien en dan hoorde je dat rare geluid. Ik meende mij te herinneren dat dit geluid de Mexicaanse hond werd genoemd en heb dit verteld in een interview. Ik moest dit uitleggen want die uitdrukking kende men niet. Maar later begon ik ineens te twijfelen of mijn bewering wel juist was en begon te zoeken op internet en vond zo uw blog. Het bleek dus juist te zijn. Hartelijk dank. Ina van Langeveld Marina@kabelfoon.nl

    BeantwoordenVerwijderen