08 december 2005

Halve zool

Een paar jaar geleden stond er in de Volkskrant over Wouter Bos het volgende:
Wat zou-ie 'die halve zool van een Bos' graag eens even persoonlijk de waarheid zeggen, maar ja: geen kans.
Met alle respect voor Wouter Bos maar waarom wordt een idioot of halve gare (de definitie van Van Dale) in godsnaam een ‘halve zool’ genoemd?
De woordenboeken hebben dit scheldwoord vrij laat gehonnoreerd. Mogelijk vanwege de populaiteit ervan in de jeugdtaal en dit sinds de jaren negentig van vorige eeuw. Ook de verkorting ‘zool’ komt in deze kringen frequent voor. (Cor Hoppenbrouwers nam het op in zijn boekje over Jongerentaal in 1991).

Het zal velen wellicht verbazen maar ‘halve zool’ is ondertussen bijna een eeuw oud!
De in Amsterdam geboren en aldaar overleden romanschrijver en criticus, Israël Querido, nam het al op in zijn romancyclus ‘De Jordaan’ (uit 1912):
Sau, .... ik sèl jou leire doen wèt 'n net mins je froagt .... schuyne schutter, robbeklopper, .... en nou mèg jèi schòkke .... Hàlfe Saul! Bram Halve Zool dokte.

Merkwaardig is evenwel dat vooral Rotterdammers dit woord claimen.
Volgens Rotterdammoloog Jan Oudenaarden werd het ontleend aan het Engels. Oudenaarden geeft in zijn boek ‘De terugkeer van Opoe Herfst. Over de woordenschat van Rotterdam. (1986)’ op pagina 66 meerdere voorbeelden van het steenkolenengels waarvan de bootwerkers zich bedienden. Veel van die termen zijn ondertussen tot het informele Nederlands gaan behoren: aftaaien (stoppen met werken) zou afgeleid zijn van het Engelse ‘to knock off’; bi(e)kwanner of bi(e)kwammes (groot exemplaar) is een verbastering van Engels ‘big one’; bietskommer (bedelaar) komt van het Engelse ‘beachcomber’; ‘lekko’ (uitroep: laat maar zakken) van het Engelse ‘let go’. Oudenaarden geeft in totaal zestien voorbeelden, waaronder ‘halve zool’ (sufferd, klootzak), dat dan zou afgeleid zijn van het Engelse scheldwoord ‘asshole’. Die stelling herhaalt hij in zijn succesvolle boek ‘Wat zeggie? Azzie val dan leggie!’ (1999), in feite een herwerking van een uitgave uit 1984. In die eerste druk heb ik de ‘halve zool’ niet teruggevonden.
Ook in het originele ‘Opoe Herfst’ (een lijst van typische Rotterdamse woorden, in 1973 samengesteld door het reclame-adviesbureau Advertising Marketing + Design) ontbreekt het invectief. Maar dat wil uiteraard niks zeggen. Het kan door de samenstellers vergeten zijn.
De Rotterdamse volksschrijver Willem van Iependaal kende het woord wel. Hij gebruikte het in de jaren dertig van vorige eeuw een paar maal in zijn met sappige volkstaal doorspekte romans. Rotterdammer Jules Deelder gebruikte het eveneens meerdere keren in zijn werk.

Volgens Huib Boogert, de taalmoezenier van de Telegraaf, is het woord ‘zool’ (zoals in: halve zool) van oorsprong een Engels woord dat in het Nederlands vakkundig werd geradbraakt. Het werd geboren uit ‘asshole’ (sufferd), dat Rotterdamse bootwerkers vervomden tot ‘zool’. ‘Halve’ werd later ter versterking toegevoegd. (Taalarsenaal. Stunten en stoeien met het Nederlands. 2003, p. 146).

Maar hoe kan het dan dat het voor het eerst werd teruggevonden in Amsterdam? Had Querido het woord opgepikt bij een bezoek aan Rotterdam? Werd het ook onder Amsterdamse havenarbeiders gebruikt? Voor een ontlening aan het Engels valt wel iets te zeggen, gezien de vele voorbeelden van steenkolenengels.
Of zou het kunnen dat ‘halve zool’ gewoon een figuurlijke toepassing is?
Het laatste woord is over deze kwestie nog niet uitgesproken.

3 opmerkingen:

  1. O.van Luyn3:37 p.m.

    Volkstaaletymologieën zijn natuurlijk vaak giswerk. Maar 'halve zool' als verbasterd Engels spreekt me wel aan. Des te vreemder dat uw bronnen het Amerikaanse 'ass' gebruiken. Dat is een station te ver. Het Engelse woord is 'arse', verwant aan het Nederlandse 'aars' en het Duitse Arsch. De a-klank ligt dan ook veel dichter bij de a-klank in 'halve'.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Moet "gehonnoreerd" hier niet met één "n" ?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. U hebt gelijk. Bij deze rechtgezet. Bedankt voor de correctie.

    BeantwoordenVerwijderen