15 november 2009

Huisje-boompje-beestje.

Tegenwoordig is huisje-boompje-beestje een cliché voor een kalm en ongestoord leventje.
Meestal wordt het gebruikt voor mensen die vasthouden aan de dagelijkse rituelen en zich op een voorspelbare wijze gedragen. Misschien is de uitdrukking ontleend aan het machinistenjargon. Daarin betekent huisje-boompje-beestje rijden eigenlijk ‘op zicht rijden’. Hierbij moet men zich oriënteren op de omgeving, waarbij men kijkt naar elementaire zaken als huizen, bomen en beesten.
In het boek Fokker G-1: de dubbelstaarts-jachtkruiser die een legende werd, uit 1981, wordt huisje-boompje-beestje echter met een ander jargon in verband gebracht. Volgens de auteur, Hugo Hooftman, maakte de Nederlandse luchtmacht in de oorlogsdagen van mei 1940 op grote schaal gebruik van de Hu-Bo-Bé-techniek, het ‘huisje-boompje-beestje vliegen’. Dit hield in dat er rakelings over de grond werd gevlogen zodat bij wijze van spreken voor ieder huisje, ieder boompje en ieder beestje moest worden opgetrokken. Op die manier kon de vijand de toestellen moeilijk waarnemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten