10 maart 2008

Smurfentaal.

Zo noemen Amsterdamse leerkrachten sedert 1997 de straattaal of het schoolpleindialect van allochtonen. Zij zouden in een even onbegrijpelijk taaltje praten als (de stripfiguren) de smurfen.

Het is een ietwat denigrerende benaming.

De term -ondertussen al opgenomen in ‘Amsterdams. Taal in stad en land. (2002)’ van Jan Berns & Jolanda van den Braak- suggereert dat allochtone jongeren het Nederlands niet goed beheersen. De sprekers zouden bijvoorbeeld woorden uit andere talen gebruiken omdat ze de Nederlandse equivalenten onvoldoende kennen.
Onderzoekers van straattaal, zoals taalkundige en thrillerauteur René Appel, wijzen er evenwel op dat jongeren dit soort slang net gebruiken om zo creatief het Nederlands te vermengen met buitenlandse woorden. Hierdoor willen ze gewoon origineel overkomen, een belangrijke bestaansreden voor slang.

Voorbeelden van ‘smurfentaal’ zijn 'chickie' voor 'meisje', 'scott' of 'scotten' voor 'vernederen', 'doekoe' voor 'geld' en 'fitti' voor 'vechten'. Vaak is het een mengtaal van Nederlands, Surinaams, Marokkaans, Turks en Engels. De voornaamste gebruikers zijn jongeren met een gemengde etnische achtergrond.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen