12 december 2007

Oelewapper.

Kloeiende Kloppartij… Jai lelijke Oelewap! stond er in een populair jeugdboek uit 1952.

Een oelewap of oelewapper is iemand die zich raar gedraagt; een domoor, sufferd of onbenullig iemand. Volgens Onze Taal (juli/augustus 1986) zou het woord dateren uit de periode van de Spaanse bezetting, de Tachtigjarige Oorlog. Spaanse soldaten zouden toen bij het zien van een Nederlandse vrouw uitgeroepen hebben: olé guapa, vrij vertaald: ‘wat een stuk’. Hun Nederlandse medeminnaars zouden dit opgepikt hebben en verbasterd tot oelewapper. Etymologie van de koude grond, denk je dan.
Plausibeler is dat we hier te maken hebben met een samenstelling van oele (schertsend tussenwerpsel dat zoveel betekent als ‘dat kun je denken; mooi niet’) en wapper (in de zin van ‘slungel’). In het Fries betekent ûlewapper overigens ‘grote nachtvlinder; sul; sufferd’. Niet vreemd als je bedenkt dat oele tevens een dialectwoord is voor ‘uil’.

Het scheldwoord oelewapper was reeds gebruikelijk in de jaren 1945-1950. Misschien was de verkorte versie oelewap wel de oervorm. In een detective uit 1948 wordt de woordspeling zoeloewapper vermeld, hetgeen er eveneens op wijst dat oelewapper toen reeds ingeburgerd was. Het woord werd echter vooral populair in de jaren zestig van vorige eeuw.
Zo kwam het bijvoorbeeld voor in een liedje (uit 1967) van Jo Budie, de Oelewapperspolka.
Ook nu nog is het erg geliefd. In 2004 dook de samenstelling oelewapperdivisie op.
In hetzelfde jaar was er ook het rapliedje ‘Supervisie’ van Lange Frans en Baas B. Daarin kwamen volgende regels voor: ‘je bent een zielige stakker, een oelewapper, een koekebakker, die zo hard z’n best doet om de boel te schrappen’.
Een en ander bewijst dat het woord nog niet op zijn retour is. Op internetforums kom je dit scheldwoord geregeld tegen, al lijken veel jongeren de precieze betekenis niet te kennen.
Wie gebruikmaakt van het protocol om met een mobiele telefoon op het internet te gaan (in jargon wappen genoemd) wordt tegenwoordig in ‘digi-taalgebruik’ spottend een oeleWAPper genoemd. Volgens de ‘Urban Dictionary’ op internet zou de Engelse slangterm oetwamber een verbastering zijn van het Nederlandse oelewapper. Het woord maakt dus duidelijk school.

6 opmerkingen:

  1. Het Friese woord ûle betekent ook uil, dus het is meer dan alleen dialect.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Kan het zijn dat het tweede deel 'fladderaar' betekent? In dat geval is oelewapper synoniem voor uilskuiken.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. hier had ik een blog over willen schrijven!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. oelewapper is echt een ouderwets woord dat mijn vader vroeger gebruikte. het was minder sterk en daardoor netter dan janlul, sukkel, klojo enz. daardoor kon je het veilig in aanwezigheid van kinderen gebruiken. grappig dat wapper blijkbaar slungel betekent. zo duidde een excollega van mij welzijnswerkers steevast aan als welzijnswappers. nu kan ik het 2e deel van het woord plaatsen.

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Anoniem9:58 p.m.

    Ik heb idd geleerd dat het woord oelewapper van het Spaanse "olé guapa' komt, en als ik er zo over nadenk, klopt het misschien ook wel... maar ik weet niet wie dit heeft geschreven hoor, maar olé guapa betekend niet "wat een stuk" het betekend hey knapperd of hey lekkerding!

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Anoniem8:25 p.m.

    Hummm ... Is het "Olé, guapa" of "Hola guapa"?

    De eerste is eerder een groet waarin men spreekt zijn bewondering uit oven een persoon (guapo voor de mannelijke kant), de ontvanger/ster hoeft niet per se knapperd of lekkerding te zijn, eerder iemand die met waarde door het leven gaat.

    Wat betreft de tweede, het pas eerder in de rij van "hey jongen" of "hey meiske" ...

    BeantwoordenVerwijderen