10 november 2007

Zijn er nog aso's in de zaal?

Een aso is een persoon die zich asociaal gedraagt; meestal iemand uit de onderklasse. In Vlaanderen is dit scheldwoord nauwelijks bekend, in Nederland des te meer.

We hebben het wellicht midden jaren tachtig van vorige eeuw ontleend aan het Duits. Het woord is vooral populair onder jongeren, politiemensen en welzijnswerkers.
In 2003 werd op 36 scholengemeenschappen in Nederland de zgn. aso-test gebruikt. Deze test bestaat uit een hip vormgegeven cd-rom waarmee jonge gebruikers confronterende vragen krijgen voorgeschoteld over gedragsvormen op school en in het verkeer, en ook over zaken als heling. Bijvoorbeeld: Steek je je middelvinger op? Koop je een mobieltje van dubieuze herkomst wanneer iemand je zegt dat het wel oké is? Wie bij deze test een score van ‘60 procent aso’ heeft, kan dan bestempeld worden als een hufter.
De extreem vervuilende terreinwagen (ook wel PC-Hoofttractor) wordt sedert 2004 vaak dysfemistisch een asobak genoemd, wellicht naar analogie van het oudere ‘pooierbak’ (opzichtige, veelal grote auto).

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen