17 augustus 2006

De Atoomstijl. Deel 1.


Ik ben de gelukkige bezitter van een boekje dat door stripfanaten beschouwd wordt als een collector's item.
Het ding heet 'Expo 58 en de Atoomstijl', werd samengesteld door een zekere Didier Pasamonik met de hulp van de al even bekende grootheden René Paquot en Evan, en in kreupel Nederlands vertaald door Philippe Hoffman.
Uitgeverij Albino bracht het werkje in 1983 op de markt, 25 jaar nadat te Brussel de Expo of wereldtentoonstelling van start ging.

De Atoomstijl is dan ook een typisch Belgische stij1-oorspronkeijk van toepassing op de architectuur- die zijn naam ontleent aan het Atomium (waarvan de architect André Polak was).
Het gaat om de specifieke vormgeving die gebouwen, meubels en gebruiksvoorwerpen omstreeks 1958 meekregen en die eind twintigste eeuw een revival kende, vnl.in de stripwereld.
De Atoomstij1- ook wel Expostijl genoemd- is niet gebonden aan regels maar springt wel zeer speels om met design en bizarre ontwerpen volgens futuristisch model.
Ontstaan uit de art decostijl van de jaren ‘20-‘30 en na de tweede wereldoorlog vercommercialiseerd tot jaren ‘50-stijl, wordt de Atoomstijl gekenmerkt door: opvallend kleurgebruik, ver doorgedreven stillering tot in het ridicule, motieven uit andere (lees: koloniale) werelden (bv.zebralijnen, totems, boomerangs).
Gerard Reve
gebruikte het woord in zijn ‘Brieven aan geschoolde arbeiders’ uit 1985:
"Men leeft hier nog in het begin van de nieuwe zakelijkheid, en in de atoomstijl (1945-1955) van meubelen, die in Nederland allang zijn weggegooid."

Na de tweede wereldoorlog maakten wetenschap en techniek een ontzettende vooruitgang. Het geloof in de mogelijkheden van de mens was groot. Men ontdekte immers de atomen, de amoeben, de celstructuur, nieuwe miroscopische vormen.
De Wereldtentoonstelling werd door de ontwerpers dan ook gezien als een experimenteerbasis.
Het thema van Expo ‘58 was: "Een balans van het tijdperk van de atoom; het leven in een menselijker wereld waar de techniek in dienst word gesteld van de vooruitgang."
Het Atomium was het symbool van een stap in de richting van de kernwetenschappen. Er werd dan ook- vooral in de Belgische paviljoenen- volop geëxperimenteerd met nieuwe materialen (tijdens de oorlog ontdekt) zoals plastic, formica, aluminium, multiplex, polyester.
De architecten en vormgevende kunstenaars mochten in alle vrijheid werken. De nieuwe materialen werden door hen kriskras door elkaar gebruikt waardoor grillige architecturale vormen ontstonden.
Uit de modernistische stijl die aldus ontstond sprak een 'arrogant optimisme en een naïef futurisme.'
Op het einde van de jaren ‘50 kende de Atoomstijl een groot succes bij striptekenaars. Bekende voorbeelden zijn de albums van Dupuis, de Belgische tekenaar Ever Meulen en de Spaanse tekenaar Mariscal.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen