08 juli 2006

Gladde glibbers.

Een gewiekst en ook wel akelig persoon noemen we in de volksmond wel eens een ‘gladde glibber’. Velen denken wellicht meteen aan dat bekende stripverhaal van Suske en Wiske: ‘De gladde glipper’.
En in de Donald Duckverhalen is er sprake van een geldschieter Gladde Glibber (de oorspronkelijke Engelse naam is Soapy Slick).

Glibber is echter ook een scheldwoord voor een Leidenaar. De juiste naam is eigenlijk ‘glipper’, afgeleid van het werkwoord ‘glippen’ (wegvluchten). Aanvankelijk betekende het dan ook vluchteling. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd het gebruikt als schimpnaam voor burgers en edelen die uit de steden waren gevlucht en met de vijand (de Spanjaarden) meeheulden. Een glipper of glibber was dus een collaborateur. Het woord gaat terug op de tijd van het beleg van Leiden in 1574 toen foute Leidenaars overliepen naar de Spanjaarden. Te Leiden zelf worden de twee uitspraken gebruikt: met dubbele p of met dubbele b. Tegenwoordig is het meer een geuzennaam dan een scheldwoord geworden.

Gladde glibbers zitten tegenwoordig veel in de televisiewereld. Kees van Kooten zei bij de uitreiking van de Gouden Ganzenveer in 2004 het volgende:
“De eerste televisiefiguur die allebei mijn ouders tegen de haren in streek was de Belg Jan Theys. Dit was een showmaster die bij de presentatie van het songfestival in vijf talen ‘dames en heren goedenavond’ kon zeggen en daarom eerbiedig werd betiteld als ‘de sprekende vierkleurenballpoint’, maar mijn moeder noemde Jan Theys ‘een gladde glibber.’”

Geen opmerkingen:

Een reactie posten