De oplossing tegen winkeldiefstallen lijkt gevonden. Alleen moet één en ander nog uitgetest worden.
Eind 2008 kregen ondernemers uit Amsterdam-Zuid een apparaatje dat boven hun winkeldeur moet bevestigd worden. Wanneer de overvallers de winkel verlaten worden ze ondergespoten met een onzichtbare chemische stof. Die stof bevat een unieke dna-code. Hiermee kan de politie dan aantonen dat een verdachte in de winkel is geweest. ‘Dievenpoeder’ wordt het in de volksmond al genoemd. De politie heeft het over een ‘DNA-douche’.
De spray is niet afwasbaar en blijft ongeveer een week zitten. Met behulp van een UV-lamp kunnen de handhavers van de wet zien dat iemand besproeid is. Met speciale apparatuur kan vervolgens de code gelezen worden. In Rotterdam en Amsterdam wordt volop geëxperimenteerd met dit nieuwe beveiligingssysteem. Al meent de politie dat detectiepoortjes, alarminstallaties en videobewaking nodig blijven.
30 augustus 2009
24 augustus 2009
Broodje aap.
Van sommige verhalen vraag je je weleens af of ze echt gebeurd zijn of dat ze thuishoren in de categorie ‘broodje aap’.
Voor de Vlaamse lezers die wellicht minder vertrouwd zijn met deze in Nederland meer ingeburgerde term: dit is de ietwat grappige benaming voor een moderne sage of stadslegende. Vaak gaat het om een gruwelijk volksverhaal dat rondverteld en aangedikt wordt (met variaties; de attributen willen wel eens veranderen).
Nooit is duidelijk is of het nu waar of niet waar is, omdat het juist logisch opgebouwd lijkt. Het ‘broodjeaapverhaal’ speelt in op universele angsten en duikt over de hele wereld op als een soort mythe. In de kroeg en op verjaardagen zijn dergelijke verhalen dan ook erg populair.
Een bekende mythe is deze: iemand werd op het toilet bedwelmd met chloroform. Vervolgens werd hij ontdaan van zijn nieren en na een week in het park achtergelaten.
Ook populair is deze theorie: bevrucht een apenvrouwtje met menselijk sperma, en ziedaar de wandelende missing link in de evolutieleer. Serieuze onderzoekers lachen hiermee maar dergelijke verhaaltjes prikkelen blijkbaar de fantasie (van bijvoorbeeld filmers).
Volgens sommige wetenschappelijke onderzoekers zijn deze `moderne sprookjes' goed, omdat je er `streetwise' van zou worden.
De benaming ‘broodje aap’ verwijst naar de titel van een boek van de Nederlandse schrijfster (van Amerikaanse afkomst) Ethel Portnoy (Broodje aap. De folklore van de postindustriële samenleving, 1978), in 1992 gevolgd door ‘Broodje Aap met’.
De neerlandicus Peter Burger trad in datzelfde jaar in het spoor van Portnoy door een gelijkaardige bundeling van `moderne sagen' uit te brengen: ‘De wraak van de kangoeroe’.
In de Angelsaksische wereld noemt men dit soort verhalen een ‘urban legend’ of een ‘foaf’ (een samentrekking van ‘friend of a friend’: (een verhaaltje) doorgegeven door de ene vriend aan de andere). Deze laatste term is een bedenksel van de Ierse auteur Rodney Dole. Hij gebruikte de uitdrukking voor het eerst in 1978 in zijn boek over hedendaagse stadslegendes: ‘The tumour in the whale’.
Voor de Vlaamse lezers die wellicht minder vertrouwd zijn met deze in Nederland meer ingeburgerde term: dit is de ietwat grappige benaming voor een moderne sage of stadslegende. Vaak gaat het om een gruwelijk volksverhaal dat rondverteld en aangedikt wordt (met variaties; de attributen willen wel eens veranderen).
Nooit is duidelijk is of het nu waar of niet waar is, omdat het juist logisch opgebouwd lijkt. Het ‘broodjeaapverhaal’ speelt in op universele angsten en duikt over de hele wereld op als een soort mythe. In de kroeg en op verjaardagen zijn dergelijke verhalen dan ook erg populair.
Een bekende mythe is deze: iemand werd op het toilet bedwelmd met chloroform. Vervolgens werd hij ontdaan van zijn nieren en na een week in het park achtergelaten.
Ook populair is deze theorie: bevrucht een apenvrouwtje met menselijk sperma, en ziedaar de wandelende missing link in de evolutieleer. Serieuze onderzoekers lachen hiermee maar dergelijke verhaaltjes prikkelen blijkbaar de fantasie (van bijvoorbeeld filmers).
Volgens sommige wetenschappelijke onderzoekers zijn deze `moderne sprookjes' goed, omdat je er `streetwise' van zou worden.
De benaming ‘broodje aap’ verwijst naar de titel van een boek van de Nederlandse schrijfster (van Amerikaanse afkomst) Ethel Portnoy (Broodje aap. De folklore van de postindustriële samenleving, 1978), in 1992 gevolgd door ‘Broodje Aap met’.
De neerlandicus Peter Burger trad in datzelfde jaar in het spoor van Portnoy door een gelijkaardige bundeling van `moderne sagen' uit te brengen: ‘De wraak van de kangoeroe’.
In de Angelsaksische wereld noemt men dit soort verhalen een ‘urban legend’ of een ‘foaf’ (een samentrekking van ‘friend of a friend’: (een verhaaltje) doorgegeven door de ene vriend aan de andere). Deze laatste term is een bedenksel van de Ierse auteur Rodney Dole. Hij gebruikte de uitdrukking voor het eerst in 1978 in zijn boek over hedendaagse stadslegendes: ‘The tumour in the whale’.
20 augustus 2009
Duitse jeugdtaal.

Duden, de Duitse tegenhanger van Van Dale, komt in het najaar met een woordenboek over de Duitse ‘Szenesprachen’. Onze oosterburen hebben blijkbaar iets met jeugdtaal want om de twee à drie jaar verschijnt er wel een naslagwerkje rond het taalgebruik van jongeren. Sedert maart 2009 staan er al heel wat bijdragen (1.585 om precies te zijn) op een internetportaal:
http://www.duden.de/deutsche_sprache/szenesprachen/ .
Een paar kersen uit de taart: Eurodance; Dubstep; Kaltgetränk; aufkitschen; Schwachmane; Politclown; Generation Praktikum. Alles werd mooi gerangschikt onder een bepaald thema: Essen & Trinken; Beauty & Fashion; Musik & Popkultur; Lifestyle & Wohnen; Computer & Technik enz. De mooiste woorden en uitdrukkingen worden nu door Duden gebundeld. Te koop voor een scheet en drie knikkers (€ 15,40). Waar blijft Van Dale met een gelijkaardig boek?
Duden - Das neue Wörterbuch der Szenesprachen. Paperback. 192 p.
ISBN-10: 3411710926
ISBN-13: 9783411710928
14 augustus 2009
Retrotalk.

Weet iemand nog wat ‘ping pongdiplomatie’ betekent en waar het ‘Stockholm syndroom’ naar verwijst? Zijn veel van de geschiedenislessen uit het middelbaar onderwijs stilaan van je harde schijf gewist, vrees niets: je hoeft niet meteen terug naar school!
Er bestaan goede boeken om het geheugen weer op te frissen. Voor elke Amerikaan die in een intellectuele conversatie ook wel eens een scheet wil laten, is er nu het prachtige boek ‘I love it when you talk retro’. Europeanen met een gevorderde kennis van het Engels kunnen echter meegenieten.
Retrotermen zijn veel voorkomende woorden en uitdrukkingen, waarvan de herkomst vaak vergeten is. Deze termen zitten nog wel in het collectieve geheugen maar weinig mensen weten waar ze vandaan komen. Het zijn verbale fossielen die verankerd zitten in de (Amerikaans-)Engelse conversatie. Voor sommige lezers (waarvan de moedertaal het Engels is) geeft de auteur wellicht wat teveel elementaire kennis mee.
Een greep uit het aanbod: pink elephant; Casanova; bimbo; Jack the Ripper, man-bites-dog, tabloid, gonzo journalism, Stepford Wives, Dr. Strangelove, Rambo, Kodak moment, 64000 dollar question (bij ons: de hamvraag), butterfly effect.
Dit is geen hap-snap-klaarboekje. Er wordt ook geen blik modewoorden opengetrokken. Heel wat begrippen zijn ook bij ons gekend. Auteur Ralph Keyes neemt ons mee op een intrigerende en verhelderende reis doorheen het fenomeen dat ‘retrotalk’ wordt genoemd. Een aanrader voor taalfreaks.
Ralph Keyes: I love it when you talk retro. St. Martin’s Press. New York 2008 ISBN 0-312-34005-2
Abonneren op:
Posts (Atom)
