12 juni 2006

Renners en hun truien.

De ‘helden van het smalle zadel’ dokkeren weer over de kasseien. Tijd dus om eens even stil te staan bij hun kleding, m.n. de truien.

Sedert 1919 draagt de leider in het algemeen klassement van de Tour de France een gele trui.
Eugène Christophe, een Franse renner, was de eerste die deze trui mocht aantrekken. Volgens de annalen raakte hij hem na vier dagen weer kwijt door materiaalpech.
Het toenmalige blad L’auto (het huidige L’Equipe) verscheen op geel papier. Vandaar dat geel ook de hoofdkleur werd voor de Tour. Hierdoor werd het voor de pers makkelijker om de leider te herkennen.
De gele trui noemt men in het Franse argot ‘banane’ of ‘paletot’. De drager ervan wordt in Vlaamse sportkringen vaak schertsend de ‘kanariepiet’ genoemd.

De roze trui of de leiderstrui in de Ronde van Italië komt dan weer van de kleur waarop La Gazetta dello Sport wordt gedrukt.
De groene trui is het tricot dat wordt gedragen door de leider in het puntenklassement van de Tour. De eerste die hem veroverde was de Zwitserse renner Fritz Schaer in 1953.
De beste sprinter in de Tour komt in aanmerking voor de blauwe trui.

De bolletjestrui is dan weer weggelegd voor de beste klimmer in de Tour. Vlamingen hebben het liever over de ‘ballentrui’ of de ‘mazelentrui’.
Grote klimmers uit de wielerhistorie zijn Fausto Coppi en Charly Gaul. Steven Rooks was de eerste Nederlander die het bergklassement (1969, 1970) won.

En de regenboogtrui tenslotte is slechts weggelegd voor de wereldkampioenen.
Wie een andere renner ‘uit zijn trui rijdt’ zorgt er voor dat deze rivaal zijn leiderspositie kwijt raakt.

Binnenkort meer over de verschillende benamingen van de Tour de France.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten