13 april 2008

Gluurstrook.

Eerder kenden we al een betaalstrook, een busstrook, een carpoolstrook, een fietsstrook, een inhaalstrook en zo kunnen we nog wel even doorgaan.
Sedert een paar jaar hebben we ook een 'gluurstrook'. Het gaat om een bedenksel van de Vlaamse politicus Carl Nijssens. Die wil naast de hoofdweg door het Belgisch-Limburgse Sint-Truiden een tweede rijbaan laten aanleggen voor automobilisten die naast de talloze bordelen langs de weg willen gluren.

06 april 2008

Klets-klets.

Van iemand die homoseksueel is, zeggen we wel eens: ‘hij is van de verkeerde kant’, ‘van de club’ of ‘van de klets-klets’. Er bestaan trouwens talrijke synonieme uitdrukkingen voor de andere geaardheid, de ene al wat kleurrijker dan de andere.
De Nederlandse auteur A.F. Th. Van der Heijden schreef in één van zijn boeken: ‘Gretig deelneemster aan de danspartijtjes was de buurvrouw, die met een homosexueel was getrouwd, of zoals Maaike Kopland het uitdrukte, 'zich eentje van de 'klets-klets' in handen had laten duwen.’

We realiseren ons nauwelijks dat de uitdrukking ‘van de klets-klets zijn’ bijna een eeuw oud is. Ze werd voor het eerst opgetekend in 1937 in een Bargoens woordenboek.
In Amsterdam betekende ‘fèn de kles-kles’ eigenlijk dat je een babbelfamilie was.
Maar daar heeft deze uitdrukking niets mee te maken. Doorgaans gaat de frase vergezeld van het slaan met de ene vlakke hand op de rug van de andere. Dit gebaar illustreert dan de seksuele daad. Daarmee werd uiteraard gerefereerd aan de 'verkeerde kant'. In dezelfde zin gebruikte men destijds voor een homoseksueel de aanduiding ‘van het handje zijn’. Een homofiel werd vroeger, en nu nog, wel eens een 'ruigpoot' (of kortweg 'poot') genoemd.

In vroeger tijden kon er slechts in bedekte termen over homoseksualiteit gepraat worden. Er werd voortdurend rond de pot gedraaid. Iemand was geen homo, neen hij was er 'zó' één. Omdat de term 'homoseksueel' steeds geassocieerd werd met seksuele bedrijvigheid propageerde het COC (de belangengroep voor homoseksuelen in Nederland) een paar decennia geleden de verhullende term homofiel. Dat klonk toen nog als een eufemisme.

02 april 2008

Derde hemel.

We kennen allemaal de uitdrukking ‘in de zevende hemel zijn’.

Wie echter in de ‘derde hemel’ vertoeft is zeer dronken. Eigenlijk betekent het: de opperste staat van geluk bereikt hebben. De uitdrukking refereert aan het visioen van Paulus in het Nieuwe Testament (II Kor. 12:2) ‘dat die persoon weggevoerd wordt tot in de derde hemel’.
Volgens de beoefenaars van de kabbala (de geheime leer en mystiek van de joden in de Middeleeuwen) waren er zeven hemelen, de een nog mooier dan de andere.

27 maart 2008

Grootste bimbo van het internet.

Tienermeisjes die wegdromen van borstvergrotingen, dieetpillen, coole outfits e.d. kunnen tegenwoordig terecht op www.missbimbo.com.
Wie ouder is dan achttien kan zonder problemen inloggen op deze website. Minderjarigen krijgen echter een waarschuwing om aan de ouders toestemming te vragen. Registreren is gratis maar voor zgn. ‘diva-dollars’ moet je in de geldbuidel tasten. Daarna kun je ook allerlei dingen kopen die een ‘bimbo’ nodig heeft: veel shoppen, een nieuw kapsel, een luxeappartement enz.
Op de van oorsprong Franse website (gelanceerd door Fransman Nicolas Jacquart) dingen maar liefst 1,2 miljoen meisjes naar de titel ‘grootste bimbo ter wereld’ (groter dan Britney Spears en Paris Hilton zeg maar).

Een ‘bimbo’ is, u raadt het al, een ordinaire, sexy en domme vrouw.
Het is een
Amerikaans slangwoord van begin twintigste eeuw dat eind jaren tachtig naar ons taalgebied overwaaide. Eigenlijk gaat het om een verbastering van het Italiaanse woord ‘bambino’ (klein kind). In het slangtaalgebruik kan het slaan op een baby, een man of tegenwoordig een jonge, leeghoofdige maar aantrekkelijke vrouw (doorgaans met lang haar en grote borsten). Synoniemen zijn o.a. dumbo en nitwit.

In Amerika noemde men het aapje van een orgelman dat de hoed voor het geld vasthield, vaak Bimbo. Misdaadauteurs zoals Dashiell Hammett en Raymond Chandler gebruikten het woord in de jaren dertig van de twintigste eeuw in de betekenis van een ‘gevaarlijke man; bankrover’. Aanvankelijk sloeg bimbo vooral op mannen.
De Britse humorist P.G. Wodehouse schreef in 1947 nog over bimbo’s die avances maakten naar onschuldige meisjes nadat ze eerst hun echtgenoten hadden gedumpt. In Amerika ontwikkelde zich echter een tweede betekenis, die van een ‘prostituee’ of ‘onzedige vrouw’.
Het woord werd vaak gebruikt met het allitererende ‘blond’. Een vergelijking met het ‘domme blondje’ (dumb blond) ligt dus voor de hand.

Bimbo begon meer en meer te slaan op een vrouw die het op seksueel gebied niet zo nauw neemt. Daarbij werd het beeld gecreëerd van een opvallend, aantrekkelijk iemand met forse boezem en lange benen, vaak ook iemand die erg listig is. Intussen is het woord in ons taalgebied al aardig ingeburgerd geraakt, vooral onder jongeren. De Baya Beach Club in Rotterdam zou volgens insiders de grootste verzamelplaats van bimbo’s zijn. Een mannelijke bimbo noemt men een ‘himbo’. Fransen gebruiken naast bimbo nog de scheldwoorden ‘aloha’ en ‘bombe’ voor een mooie maar leeghoofdige vrouw.

Momenteel staat de titel van 'grootste bimbo' op naam van Shorty4080, 39 jaar.